In Groot-Brittannië, aan het einde van de negentiende eeuw, is er sprake van een nieuw fenomeen: kamperen.

Het is in Engeland een studie en een vak geworden te woekeren met de beknopte bergruimte op een fiets en opvouwbare wigwams, keukengereedschappen, spirituskomforen, dekens en proviand zo voordelig mogelijk over bagagedragers, frametassen en rugzakken te verdelen. (De Kampioen, 1905)

De trend waait al snel de Noordzee over en komt in Nederland terecht.

Kamperen gebeurt in eerste instantie ongereguleerd. Er zijn geen campings en de kampeerders moeten zelf een geschikte plek vinden om te slapen. Het opzetten van de tent, het bereiden van maaltijden en het graven van een toilet gebeurt in de vrije natuur. En juist dat primitieve maakt mensen zo enthousiast.

Robert Baden-Powell Kamperen
Robert Baden-Powell, grondlegger van de scouting

Kamperen is een elitaire 'sport'. De beoefenaars zijn rijke jonge mannen, die geld hebben voor het importeren van tentdoek uit Engeland, het laten maken van een tentje en het aanschaffen van kampeerspullen zoals een slaapzak en oliestel. De gewone arbeider kan dat allemaal niet betalen, en al zou hij dat wel kunnen, hij heeft amper vrije dagen.

Om landloperij te voorkomen legt Nederland de kampeersport zo snel mogelijk aan banden. Even spontaan met de tent eropuit trekken is niet mogelijk: om te mogen kamperen moet vooraf toestemming gekregen zijn van de landeigenaar. Ook moet er een vergunning aangevraagd worden bij de betreffende gemeente, waarvoor de kampeerder een bewijs van goed gedrag moet overleggen. Als dat allemaal geregeld is krijgt de kampeerder permissie een of twee nachten in de buitenlucht door te brengen, tegen betaling van een paar gulden. Mannen en vrouwen slapen gescheiden.

Carl Denig Kamperen
Carl Denig, tentenmaker en oprichter van de Nederlandse Toeristen Kampeer Club

In 1925 wordt het eerste officiële kampeerterrein van Nederland in Vierhouten, een dorp op de Veluwe, geopend. Al snel volgen er meer. Kamperen wordt steeds populairder, ook bij de minder welgestelde burgers. Het aantal vrije dagen neemt langzaam maar zeker toe, en het wordt steeds makkelijker om in Nederland tentdoek te verkrijgen om zelf een tent te naaien.

De grote kampeerdoorbraak komt na de Tweede Wereldoorlog. Direct na de bevrijding is er gebrek aan bijna alles, maar er zijn wel een heleboel legertentjes te verkrijgen. De ANWB organiseert kampeercursussen - inclusief examen en kampeerpaspoort - en geeft een kampeergids uit. In de jaren vijftig en zestig ontwikkelt kamperen zich tot een razend populaire 'sport', dankzij meer vrije tijd, gestegen welvaart en een grotere mobiliteit.


Zie ook: https://anderetijden.nl/aflevering/541/Nederland-gaat-kamperen
Beelden via Pinterest
Ik stuitte op een verhaal. Op een geheim. Een indrukwekkend geheim dat ik je niet wil onthouden.

Het verhaal begint met een meisje genaamd Margaret.

Margaret Bulkley wordt in 1789 in Cork, Ierland, geboren. Als zij en haar moeder Mary Ann Barry in de steek worden gelaten door haar vader, verhuist ze met haar moeder naar Londen om in te trekken bij haar oom, de kunstenaar James Barry.

Margaret wil gouvernante worden, maar ze mist de juiste referenties om een baan te krijgen. Samen met haar oom James komt ze tot een alternatief carrièreplan: ze zal arts worden.

Er is wel een probleem. Aan het begin van de negentiende eeuw is een opleiding tot arts alleen weggelegd voor mannen. Als haar oom overlijdt weet Margaret met een list haar plan toch uit te voeren: in 1809 knipt ze haar haren kort, ruilt haar jurk in voor een broek, neemt de naam van haar overleden oom, James Barry, aan en begint een medische studie aan de Universiteit van Edinburgh.

James Barry
James Barry - Margaret

Ze is klein, heeft een zachte stem en gladde huid, maar is ook vastberaden. Als iemand opmerkingen maakt over haar uiterlijk daagt ze diegene uit voor een duel en daarmee weet ze elke twijfel weg te nemen. Ze wordt ingeschat als homoseksueel, als hermafrodiet of als jongeman waar de puberteit geen grip op heeft gekregen.

James is succesvol in haar misleiding: in 1812 voltooit ze haar medische opleiding.

James werkt als legerarts bij o.a. de slag bij Waterloo en wordt daarna uitgezonden naar Zuid-Afrika. In Kaapstad verricht ze de eerste geregistreerde keizersnede op het continent. De baby wordt naar haar, James, vernoemd. In 1828 vertrekt James van Kaapstad naar Malta waar ze helpt om een cholera-uitbraak in te perken. Kort daarna wordt ze bevorderd tot medisch inspecteur voor het Britse leger. Ze werkt in verschillende Engelse koloniën en verhuist in 1857 naar Canada, waar ze de levens- en werkomstandigheden van soldaten verbetert.

Al die jaren wordt ze vergezeld door John, een dienstbode uit Jamaica, en een hond met de naam Psyche.

James Barry
James, John en Psyche

Op 25 juli 1865 overlijdt James aan dysenterie. Bij het afleggen van haar lichaam komt, na zesenvijftig jaar, de waarheid aan het licht. James Barry is een vrouw. Het Britse leger ontkent alles en verzegelt haar gegevens voor meer dan 100 jaar.

Ik ben zo onder de indruk van haar.

Ze heeft, in een tijdperk waarin de carrièremogelijkheden voor vrouwen minimaal zijn, haar droom verwezenlijkt.

Wat een doorzettingsvermogen.
Wat een gedrevenheid.
Wat een heldin.
Wat een geheim.

Ongelooflijk.



------ Foto's via http://gilliantreacy.com ----
Research. Het is leuk, leerzaam en inspirerend, en kan - zo weet ik nu - ook best lekker zijn.

Voor #boek4 wilde ik naar Duitsland, naar het gebied ten oosten van Osnabrück, Amt Wittlage. Want daar, tussen een gebergte en een rivier, in een golvend groene lappendeken, werd bijna 200 jaar geleden een zekere Heinrich geboren. En Heinrich is de man waarmee #boek4 begint.

Ik trok twee dagen uit voor mijn tocht en ging op zoek naar een geschikte overnachtingsplaats. Die vond ik in het dorp Werther.

Oh, denk je nu: van die snoepjes! Maar dat komt omdat je het plaatje bij dit blog al hebt gezien.

Werther's original

Ik dacht namelijk helemaal niet aan roomboterbabbellaars toen ik mijn kamer reserveerde in Werther. Ik dacht alleen maar aan Heinrich.

Twee uur voor vertrek verzamelde ik mijn aantekeningen, pakte mijn tas in en googelde nog even op Werther. En toen ontdekte ik het verhaal van suikerbakker Gustav Nebel.

In Werther wordt in 1903 een Zuckerwarenfabrik opgericht door August Storck. Zes jaar na de oprichting vindt Gustav Nebel, een van de eerste werknemers van de fabriek, een gekarameliseerde bonbon uit. Het snoepje bevat gestolde boter, witte kristalsuiker, fijne kandij, verse room, een beetje zout en - volgens de overlevering maakt dat de babbelaar zo speciaal - tijd, liefde en zorg. 
De snoepjes krijgen een goudgele wikkel en de naam Bonbons aus Werther of Die Werther’schen Bonbons. Later wordt dat Werther's Echte en uiteindelijk Werther's Original.
Nu, 208 jaar na de snoepuitvinding van Gustav, worden de bonbons nog steeds geproduceerd door Storck. De fabriek in Werther is uitgegroeid tot een grote koek- en snoepmultinational.

Ik noteerde met een uitroepteken (van toeval!) de overeenkomst die suikerbakker Gustav en mijn Heinrich leken te hebben, sloot mijn laptop af, stopte mijn spullen in de auto en reed doelgericht naar de supermarkt. Daar kocht ik een familiezak Werther's Original.

De rit naar Duitsland zou drie uur duren, maar was binnen een zak Werther's Original voorbij.

Een beetje misselijk, maar in een euforische, verlichte toestand passeerde ik de dorpsgrens. Want - en dat is nou het rare aan dat hele researchgedoe - als je dan eindelijk dat, waarover je alleen op internet, in boeken of op snoepzakken iets hebt gelezen, in het ECHT ziet, en kunt aanraken of proeven of wat dan ook, dan is dat leuk, leerzaam en inspirerend, maar bovenal bijzonder surrealistisch.

Werther bestáát. Een klein dorp met een wereldberoemd snoepje. En ik ben er geweest.

Werther Kreis Gutersloh


(en de volgende keer meer over Heinrich)
Met de hulp van familieleden met stoffige fotoalbums op zolders, huidige boerderijbewoners en Sjaak van Loo (auteur van Boven Water, de watersnoodramp van 1953 in Oost-Zuid Beveland in woord en beeld) heb ik een voorstelling kunnen maken van de boerderijen uit Polderpioniers.

Twee boerderijen zijn op dezelfde plaats (en in een vergelijkbare stijl) herbouwd. De andere boerderijen bestaan - helaas - niet meer.

Langeweg Kruisland
Familie Lodiers, Langeweg Kruisland


Holterbergsestraat Kruisland
Familie Lodiers, Holterbergsestraat Kruisland

Olzendedijk Kruiningen
Familie Lodiers, Olzendedijk Kruiningen

Capelleweg Kruiningen
Familie Rijk, Capelleweg Kruiningen (na de watersnoodramp, voor de brand)

Schelpenbolweg Slootdorp
Familie Rijk-Lodiers, Schelpenbolweg Slootdorp (voor de inundatie)