Wieringen; toen ik mijn schrijfdocente Truska Bast vertelde dat dit voormalige eiland een belangrijk toevluchtsoord was tijdens de inundatie van de Wieringermeerpolder, wist zij me te overtreffen met een wel heel fascinerende anekdote.

Wieringen was rond 1920 nog een eiland op de grens tussen de Waddenzee en de Zuiderzee. Het afgelegen eiland – met een glooiend landschap en kronkelende wegen - was ongeveer 10 bij 5 km en telde 8 dorpjes. In totaal woonden er zo’n 3000 inwoners.


Dat was Wieringen.

In Duitsland werd in 1882 Frederik Wilhelm Victor August Ernst van Pruisen (zeg maar Wilhelm) geboren als oudste zoon van de Duitse keizer en keizerin, en daarmee kroonprins van Pruisen en het Duitse Keizerrijk. Na een strenge opvoeding ontpopte Wilhelm zich tot playboy. Hij beloofde in 1905 weliswaar eeuwige trouw aan hertogin Cecilie van Mecklenburg-Schwerin  – een gearrangeerd doch harmonieus huwelijk – maar nam al snel weer contact met andere dames op.

Kroonprins Wilhelm

In de Eerste Wereldoorlog was Wilhelm als legercommandant nauw betrokken bij de (mislukte) strijd om Verdun in 1917. Onder zijn officieren had de kroonprins een uiterst slechte reputatie. Hij liet de krijgsverrichtingen over aan zijn ondergeschikten en verschalkte zelf de ene Française na de andere.

Het werd in 1918 duidelijk dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog ging verliezen en er heerste grote onrust in het land. Politieke partijen wilden de macht van de aristocratie verminderen, de keizer protesteerde, maar de roep op zijn aftreden groeide – ook de geallieerden stelden het als voorwaarde voor vredesonderhandelingen – tot uiteindelijk de rijkskanselier de keizer afdankte en de republiek Duitsland werd uitgeroepen.

De keizer vluchtte in november 1918 naar Nederland, en kwam in Huis Doorn terecht. In zijn kielzog vroeg ook zijn zoon Wilhelm politiek asiel aan. De kroonprins kreeg door koningin Wilhelmina een predikantswoning aangeboden op het geïsoleerde eiland Wieringen.

'Wieringen! Het eiland Wieringen? Niemand in huis weet waar het eiland kan liggen.' Zo schreef Wilhelm.

Het was een hele reis, eerst met de trein naar Enkhuizen, waar de bevolking boze gebaren naar hem maakte, en vandaar met een sleepboot naar Wieringen. Onderweg was het zo mistig dat de kapitein het eiland niet kon vinden en pas de volgende dag met de kroonprins arriveerde.

Op Wieringen werd Wilhelm geconfronteerd met een wantrouwige gemeenschap.

'De keel werd mij dichtgeknepen', bekende de kroonprins.

Wilhelm besloot maar het beste van zijn ballingschap te maken. En dat lukte hem. Hij toerde met zijn motorfiets over het eiland, sprak bewoners aan en sloot langzaam maar zeker vriendschappen. De kroonprins trok een windjack en klompen aan, leerde de namen van de vissers uit zijn hoofd, deelde snoep uit aan kinderen en liet mooie meisjes overkomen uit Amsterdam.
(Zijn huwelijk met Cecilie was na de Eerste Wereldoorlog praktisch opgehouden. Zij bleef dan ook in Berlijn wonen.) 

Kroonprins op Wieringen

Wilhelm nam schilder- en bokslessen, ging bij smid Luyt in de leer en bleef daar werken. Even was Wieringen wereldnieuws: foto’s van een kroonprins die hoefijzers smeedde op een geïsoleerd eiland gingen de hele wereld over.

Duitse kroonprins in de smederij in Wieringen

Na bijna 5 jaar gaf de Duitse regering Wilhelm toestemming om terug te keren naar Duitsland. Hij verliet het eiland met stille trom – in de hoop het oude regime te kunnen herstellen, al zat dat er niet in – een aantal vermeende bastaardkinderen en sterke verhalen achterlatend in Wieringen, waar men decennia mee vooruit kon.

Zoals de papieren badpakken die de kroonprins aan de meisjes van Wieringen zou hebben uitgedeeld. Toen ze het water in gingen en de badpakken bleken op te lossen, keek Wilhelm geamuseerd toe. 

In Duitsland raakte Wilhelm in de vergetelheid. Hij stierf in 1951 aan een hartaanval en liet zes (erkende) kinderen na.

-----------

Meer weten over Wilhelm? Een hoofdstuk uit zijn memoires en nog veel informatie over de Duitse keizer en zijn zoon vind je op: www.wereldoorlog1418.nl/keizer-wilhelm.  

Afbeeldingen uit dit blog komen van oudestafkaarten.nlwikipedia.nl en geheugenvannederland.nl 
(Ik was op een reken-wiskundecongres – iets met mijn werk – en kwam daar een foto tegen van de eerste vrouwelijk wiskundige. Ik was gefascineerd, zocht haar levensverhaal op en dacht elke regel weer: wat een tof wijf.)
Tatjana Aleksejevna Afanasjeva (Татьяна Алексеевна Афанасьева) werd geboren op 19 november 1876 in Kiev. Na het overlijden van haar vader, die hoofdinspecteur was bij de keizerlijke Russische spoorwegen, werd ze grootgebracht door haar oom en tante in St Petersburg.

Tatjana wilde maar een ding: wiskunde studeren. Maar in Rusland mochten vrouwen geen studie volgen aan de universiteit. Tatjana volgde daarom een lerarenopleiding en nam aanvullende wiskunde-en natuurkundelessen.

Tatjana Aleksejevna Afanasjeva

Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ook wiskundebloed. Tatjana besloot, toen ze 25 was en alle beschikbare wiskundecursussen voor vrouwen gevolgd had, om verder te studeren in Göttingen, in Zuid-Duitsland. De Georg August Universiteit was namelijk HET instituut voor wis-en natuurkunde. Ze leerde in een paar maanden vloeiend Duits, en raakte bevriend met de Oostenrijkse natuurkundige Paul Ehrenfest, met wie ze publicaties van andere vakgenoten en heel ingewikkelde wiskundematerie uitwisselde en bediscussieerde.

Telkens weer wachtte Paul op Tatjana bij de bijeenkomsten van de wiskundeclub, maar ze kwam nooit. Toen hij er achter kwam dat Tatjana niet werd binnengelaten omdat ze een vrouw was, werd hij ziedend en zorgde – na eindeloze discussies met de wiskundemannen – dat het reglement aangepast werd.

Hun vriendschap ontwikkelde zich naar meer. In 1904 trouwden Paul en Tatjana.

Drie jaar later keerden ze terug naar St Petersburg, waar – volgens de Russische wet – een huwelijk tussen twee personen met verschillende geloven niet erkend werd. De Joodse Paul mocht niet samenwonen met de Russisch-orthodoxe Tatjana, tenzij ze allebei afstand zouden nemen van hun geloof. Dat deden ze.

Daar in St Petersburg, in de stad waar ze was opgegroeid, begon Tatjana een nieuwe didactiek te ontwikkelen voor meet-en wiskunde. Het werd haar levenswerk.

In 1912 werd Paul gevraagd om professor aan de Universiteit van Leiden te worden. Hij accepteerde en Tatjana ging met hem mee op voorwaarde dat ze haar eigen huis mocht ontwerpen. Ze kreeg haar zin.

Ehrenfest huis Leiden

Tatjana werkte nauw samen met haar echtgenoot. Ze publiceerde boeken en artikelen in het Russisch, Nederlands en Duits over onderwerpen als thermodynamica, kansrekening, statische mechanica en meetkundeonderwijs voor kinderen. Ze had kennis, was pienter, ambitieus en kritisch.

Tatjana organiseerde workshops voor docenten om ze mee te krijgen in haar pedagogische inzichten, scherpte haar bevindingen aan en publiceerde in 1924 haar eigen didactische methode. Aanvankelijk kreeg ze veel kritiek, maar gaandeweg werden haar ideeën steeds vaker overgenomen en uitgevoerd. Tatjana’s werk werd de basis voor de wiskunde van nu.

Paul en Tatjana kregen vier kinderen, waarvan een zoon het downsyndroom had.
In 1933 voltrok zich een tragedie – niemand weet waarom: Paul schoot zijn gehandicapte zoon dood en pleegde daarna zelfmoord.

Tatjana overleefde haar echtgenoot dertig jaar. Ze stierf op 14 april 1964, op 87-jarige leeftijd in Leiden, zonder te weten dat in de jaren erna miljoenen Nederlandse kinderen met haar didactiek wiskunde zouden leren.