Er was eens een land waar ouders hun kinderen een heel bijzonder sprookje vertelden. Het sprookje was verzonnen - echt grote onzin -, maar dat wisten de kinderen niet. Ze vonden het heerlijk om over te fantaseren en hun ouders vertelden het verhaal keer op keer.

De ouders hadden het sprookje ook van hun ouders gehoord toen ze klein waren, en zij weer van hun ouders. Een verteltraditie van generatie op generatie.

Het sprookje veranderde soms een beetje. Bijvoorbeeld als een kind kritische vragen stelde: dan werd er gewoon een nieuw stukje verhaal aan het sprookje toegevoegd, zodat het toch - een soort van - geloofwaardig bleef.

De kinderen die teveel kritische vragen stelden of gewoonweg te wijs geworden waren, ontdekten dan soms zomaar - van de een op de andere dag, in een fractie van een seconde, in een enkele zin - dat het sprookje een leugen was. Een heel pijnlijk moment. Met traumatische gevolgen.

Want in het land waar het sprookje van ouder op kind werd doorverteld, wist elke volwassene nog precies wanneer hij - op veelal tragische wijze - had ontdekt dat het sprookje verzonnen was. Dat zijn geloof in duigen was gevallen. Dat hij door zijn eigen ouders keihard was voorgelogen. Dat hij jarenlang van iets had gehouden dat niet bestond.

En toch, in dat land, met al die getraumatiseerde volwassenen, konden ze er maar niet mee stoppen. Zodra er een nieuwe burger geboren werd begon de ouder het sprookje aan het kind te vertellen. De herinnering aan de traumatische seconde werd overspoeld door de eer en het fijne gevoel om het sprookje nu zelf aan iemand te kunnen voorliegen. 

Fascinerend toch, Sinterklaas?

staf sinterklaas