De deur schuift dicht.
En ik sta buiten.
Plof.
Daar ligt de last.
Gewoon op de stoep.
Van mijn schouders af gevallen.

Niet achterom kijken nu.
Rug recht.
Kin omhoog.
Voorwaarts mars.
Naar een nieuwe baan.

Zin in.

zin