Zes jaar lang woonde en studeerde ik in Delft. De historische binnenstad, het recreatiegebied 't Delftse Hout en een stukje universiteit vormden het decor van de thriller Blauwdruk. Mijn herinneringen bleken een vat vol inspiratie. Alleen maar goede herinneringen trouwens; van zingen in een bandje (auh!) tot een fijn huis vol vrienden. Voor Blauwdruk keerde ik terug naar Delft om research te doen. Wat was de stad veranderd! en toch, tegelijkertijd, gewoon nog hetzelfde: de Beestenmarkt, de Doelenstraat, de Buitenwatersloot.

Dit jaar kwam Delft naar mij, in twee etappes. Eerst was daar Sam, die zijn studie materiaalkunde had ingeruild om fotograaf te worden, en die mij - ploetermoeder op vrijdagmiddag - in beeld wist vast te leggen als 'kan er nog prima mee door'.

tweet foto


Toen kwam Connie, journaliste van Delft Integraal, die me uithoorde over mijn leven na Delft, en met wie ik schrijverservaringen uitwisselde en even zoveel herinneringen aan Delft.

Deze week, zeventien jaar nadat ik Delft verliet, staat mijn interview in het blad van de universiteit. Bij een ieder die ooit iets met de TU te maken had, lig ik op de mat. Grappig en gaaf. Want ineens is daar weer contact met die oud-medestudenten en uit het oog verloren huisgenoten. Delft is weer dichtbij. Net als al die herinneringen.


Ik had het in eerste instantie ook niet zo snel gezien hoor, die gelijkenis tussen Andy Murray en mezelf.

Nee, ik bedoel niet dat tennisracket, dat nakijken van de bal - vol spanning, met open mond -, of die rossig-bruine krullen.

andy en ik

Wat Andy en ik delen is een briefje.

Andy Murray schreef een briefje aan zichzelf vlak voor de kwartfinale van de Rotterdam Open. Hij legde het op een tafeltje naast zijn stoel, om er tijdens de pauze steeds even naar te kijken.


Fascinerend. Een tennisser in de top van de wereldranglijst die zichzelf scherp houdt met een briefje.

Tennis is, zo weet ik sinds die ene wedstrijd die ik ooit speelde en met 6-0 6-0 verloor, een eenzame sport, ongeacht het aantal toeschouwers. Bij mijn wedstrijd op het achterste baantje kwam niemand kijken, als Andy speelt wel. Duizenden mensen in het stadion, en met een beetje geluk - miljoenen via de televisie, volgen elke beweging, en al die uren dat Andy tegen die bal aan staat te meppen, praat hij met niemand. Met NIEMAND!

Net als ik.

Afgelopen week was NIEMAND gerechtigd tegen me te praten. Ik had mijn eigen grand slam finale te winnen tegen mezelf, namelijk de laatste check van mijn manuscript. Ik had focus nodig en concentratie en een briefje.


Het lijstje met aandachtspunten hielp me door mijn manuscript heen, net zoals het briefje op de tennisbaan Andy steunde.

Nu is mijn manuscript af en daarmee is het briefje nutteloos geworden, maar ik bewaar het toch, als een soort talisman. Andy won Wimbledon en de US Open, en ik weet: #boek3 wordt geweldig.

Allemaal dankzij dat briefje.