Denk je erover om in 2015 je boek zelf uit te geven?

Goed plan!

Gaaf!

Je bent een held!

OK & nu ter overweging - ik deed het in 2014 - enkele tips.

1. Wees stressbestendig.
Je maakt namelijk een carrièresprong van schrijver naar schrijver-opmaker-redacteur-vormgever-uitgever-marketeer. Alles wat besloten moet worden, en ook uitgevoerd moet worden, komt op jouw schouders terecht. Dat is heel gaaf, maar ook een gevalletje heel veel werk. Blijf ademen. Dat is - uiteindelijk - het belangrijkste.

2. Zorg voor tijd.
Veel tijd. Vanwege dat vele werk, maar ook vanwege de doorlooptijd. Een reguliere uitgever heeft een catalogus en plant de uitgave van haar boeken volgens de verschijningsdata daarvan. Jij kunt veel sneller je boek in de markt hebben - als alles goed gaat -, maar omdat het de eerste keer is dat je een boek uitgeeft gaat ongetwijfeld niet alles in een keer goed.
Van Blauwdruk had ik bijvoorbeeld 3 proefexemplaren nodig voordat ik helemaal tevreden was.

3. Lees en leer.
Volg het forum op schrijvenonline.org en lees hoofdstuk 13 van Handboek voor schrijvers van Maaike Molhuysen. Leer van ervaringen van diegene die je voorgingen door op twitter en facebook andere zelfuitgevers te volgen en lijstjes als dit (en ook hetboekenschap.nl, boekschrijven.nl, daretoo.nl) door te spitten.

4. Promoot promoot promoot.
Zeg Ja tegen alles als het om promotie van je boek gaat. Benader de plaatselijke boekhandels, kranten en bibliotheken, laat je interviewen door de basisschool in je wijk, ga op zoek naar leesclubs en stel je voor aan Facebook-groepen en Bloggers die jouw genre waarderen. Natuurlijk zorg je voor een geweldig persbericht dat je naar alle relevante media stuurt en bel je dat ex-vriendje van twintig jaar geleden dat journalist/radiopresentator is geworden.
& verder zeg je Ja Ja Ja tegen elk initiatief dat je wordt aangeboden.

5. Zie het als een groot avontuur.
Maak je geen illusies. Er zijn succesverhalen over zelfuitgegeven boeken, de Sonja Bakkers, maar het zijn er niet veel. Het kan wel. Stel realistische doelen, doe je best, ga ervoor en droom. Maar bovenal geniet van dit avontuur, want oh, (zie tip 6...)

6. Wees trots. 
Het grote verschil tov het uitgeven via een reguliere uitgever is dat je alles zelf kunt controleren en overzien. Je kunt zelf bepalen hoe je boek eruit komt te zien, wat de titel is, hoeveel pagina's het telt en wat de prijs wordt. Je weet precies naar wie je een recensie-exemplaar hebt gestuurd, en van wie je dus een recensie kunt verwachten. Je weet ook precies hoeveel boeken je verkoopt.
Je hebt alles zelf gedaan; die carrièresprong, die tijdsinvestering, die keuzestress. Bikkel!
& je gaat zoveel gave reacties krijgen - zoveel dat je denkt: het was het waard. Zeker weten. Wees trots. Het is echt supermegavetgaaf dat je dit durft.

Blauwdruk Maria Rijk

Onderstaand kerstverhaal verscheen in De Kaap van 24 dec 2014.

Geen witte kerst dit jaar, geen gladde stoep, geen kans op uitglijden. Niet dat het meneer Brok iets uitmaakt. Hij was toch al niet van plan om naar buiten te gaan deze dagen. Kristel mag niet weten dat hij ‘kluizenaart’, zoals ze dat noemt. Ze zou zich zorgen maken, zo erg dat ze haar vakantie af zou zeggen om hem te vergezellen. Hij heeft zijn dochter en haar gezin met klem een fijne wintersport gewenst, alle betuttelende vragen weggewuifd en nog eens gezegd dat hij echt niet mee wilde. Hoe zou hij zich moeten voortbewegen door die witte deken? Hij moet er niet aan denken.

Het is stil in huis. Sinds Marie er niet meer is ruikt het binnen niet meer naar dennennaalden en kaarslicht op de donkerste dagen van het jaar. Hij rilt. De verwarming is nog niet aangeslagen. Meneer Brok loopt naar de kapstok om zijn vest te pakken, en dan ziet hij het. Er zit een onbekende schim achter de glazen voordeur, op het randje langs de schutting. Zwart-wit en zo’n twintig centimeter hoog. Het beweegt. Meneer Brok stapt naar de deur. Kunnen de overburen hem zien? Hij wil nieuwsgierige blikken vermijden en al helemaal ogen vol medelijden; een man alleen thuis met kerst. Hij bukt voor het glas van de voordeur en dan ziet hij het: een konijn.

Meneer Brok opent de deur en knielt om het dier te bekijken. Het konijn heeft een zwart-witte vacht, donkere ogen en nieuwsgierige oren. Zijn neus beweegt opgewonden. Meneer Brok legt zijn hand op de zachte haren, een korte rilling schiet onder zijn handpalm, maar het beest blijft rustig zitten, tam. Meneer Brok staat op en loert om zich heen. Wordt er een grap met hem uitgehaald? Hij tuurt links en rechts de weg af. Niets. Niemand. Dan draait hij zich om naar de voordeur. Het konijn probeert over de drempel heen te komen. Zijn voorpoten steunen op de mat, maar de verhoging is een te grote barrière voor het achterlijf. Het konijn spartelt hulpeloos. Meneer Brok geeft het dier een zetje, de gang in.

Konijn

Het konijn zit in een doos op de eettafel. Meneer Brok volgt de voorzichtige bewegingen van het dier. Hij heeft de politie gebeld en werd doorverwezen naar het asiel. Daar noteerden ze zijn naam en zeiden ze dat ze geen konijnen konden opnemen. Ze zaten vol. Of hij niet een paar dagen voor het beest kon zorgen. Dat wilde hij niet. Maar ze bleven aandringen. Het kon nooit voor lang zijn. De eigenaar was vast iemand in de buurt en op zoek naar zijn verloren huisdier.

Meneer Brok kent niemand in de buurt met een konijn. Hij is niet van plan langs de deuren te gaan om te vragen of iemand een konijn mist, dat leidt alleen maar tot nietszeggende gesprekken en zicht op andermans kerstgezelligheid. Straks nodigt iemand hem nog uit. Hij zucht. Hoe komt hij van dat beest af? Hij zou de doos bij iemand anders voor de deur kunnen zetten. Nee. Een te grote kans om betrapt te worden. Of hij brengt het konijn naar het bos. Een tam konijn in het bos. Meneer Brok schudt zijn hoofd. Dat zou het beest niet overleven.

Ineens moet hij grinniken. Een konijn met kerst. Marie heeft het vaak genoeg voor hem klaargemaakt, met bosbessensaus en aardappelpuree. Eigenlijk was het vlees hem iets te droog, maar Marie hield van tradities. Kristel weigerde het stuk konijn op haar bord. Elk jaar begon het kerstdiner met een discussie over ‘dat lieve beest dat zo gruwelijk afgeschoten was’, en elk jaar zong hij dan ‘Flappie’ van Youp van ‘t Hek, en elk jaar moest Marie dan huilen van het lachen en sloeg Kristel haar blik naar het plafond om pas bij te draaien als de zelfgemaakte rabarber op tafel kwam. Heerlijke kerstdagen waren het. Tot drie jaar geleden. Toen lag Marie op een bed in de woonkamer en at ze niets meer. Huilde ze niet, lachte ze niet.

Hij kan niets anders doen dan wat het asiel heeft voorgesteld: wachten en zorgen. Water en wat groen hebben ze gezegd. Het dier zit in een hoek van de doos, opgerold als een bolletje wol. Meneer Brok loopt de tuin in en plukt koud gras en slap onkruid. Binnen vult hij een bakje met water en zet het in de doos. Hij tilt het konijn op, het stribbelt tegen, een nagel krast in zijn duim, en hij zet het beest snel weer neer. Meneer Brok aait voorzichtig de zachte vacht net zo lang tot de hartslag onder zijn hand rustiger wordt.

De rest van de dag zit hij voor het raam. De lampjes in de kerstboom van de overburen branden. In het huis ernaast glimt een rendier op het dak. Mensen wandelen voorbij; twee vrouwen houden elkaars hand vast, een vader draagt een kind op zijn nek, een meisje huppelt met haar hond. Gezichten die lachen. Meneer Brok zet de televisie aan en weer uit. Hij kijkt in de doos. En nog eens. Dan tilt hij het konijn op zijn schoot en aait het, warm en zacht. Ineens begint hij te praten. Hij is verrast over zijn eigen stem in de stille kamer. Meneer Brok vertelt het konijn over Marie. Over hoe lief ze was. Lief en mooi.

Als het donker wordt schuift hij de lasagne die Kristel voor hem heeft klaargemaakt in de magnetron. Het konijn schuifelt in de doos, de kleine nagels krabbelen over het karton. Meneer Brok pakt een wortel uit de koelkast en snijdt die in kleine stukjes. Hij gaat aan tafel zitten met het bord lasagne en vouwt een wit servet onder zijn boord. De doos staat naast hem op de grond. Op de bodem zet hij het schoteltje met de stukjes wortel. Toch een konijn aan tafel met kerst. Hij proest en aait het beest. Dit is geen toeval. Dit heeft Marie geregeld.

Meneer Brok weet wat hem te doen staat. De volgende ochtend belt hij het asiel. Hij kucht en zegt dat het konijn zijn baas heeft gevonden. Dan zoekt hij op internet naar informatie over de verzorging van konijnen. Eigenlijk is het heel gemakkelijk. Een hok kan hij bij de Snuffelschuur halen, stro bij de boer. Een naam. Hij tilt het konijn op en legt hem op zijn schoot. Balthasar. Ja. Hij zal zich over dit beest ontfermen, over Balthasar. Niet alleen met kerst, maar voor altijd.

Zo'n beetje eens in de twee weken word ik intens gelukkig verrast door de post. Soms van een toffe archivaris, soms van een lief familielid. De post is een puzzelstukje, elke keer weer, dat gelegd kan worden in het totale levensverhaal van mijn grootouders. Intens gelukkig, echt, ik word er zó blij van. Zo was daar al Marietjehet boek, de anekdote en het vonnis, en een prachtig fotoalbum uit 1920 met dames met poffers en kinderen in matrozenpakjes.

Fotoalbum

Afgelopen week bracht de postbode de doos, zoals mijn oom het gevaarte noemt dat hij op zolder heeft gevonden, met schoolschriftjes uit 1915 en een heleboel andere mooie schatten. Een paar moeten - echt, het moet - in de schijnwerpers.

Getuigschrift
Zoals het eervol getuigschrift van mijn grootvader voor het getrouw bijwonen van de cursus Paardenkennis in 1913/1914. (nu weet ik eindelijk waar hij die winter uithing)

Oude boeken
Rust Roest (1910) met alles - echt alles! - over bemesting, en Het Voorrecht der Kinderen (1911) over de voorbereiding op de Heilige Communie - best pittig.

Oude boeken
Schreef ik al eens over Het boek voor moeders en dochters, dit is de variant voor 'onze jonge mannen' waarin middelen tot de kuischheid zijn omschreven: 
1. STA VAST!
2. WEES MOEDIG!
3. WEES ARBEIDZAAM!
(nou daar ga ik zeker nog een blogje over schrijven)

Oude boeken
Het boek Paardenkennis had Wachtmeester Rijk zeker weten de hele dag in zijn binnenzak tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

Oude boeken
En tot slot: de grootste schat. Een wiskundeboek uit 1872! Wow. Ik heb nog nooit zoiets ouds vast mogen houden, laat staan doorbladeren. 250 rekensommen, o.a.:
Tussen twee steden A en B, die juist 24 uur van elkander liggen, varen op een maandag 's middags om 4 uur twee stoomboten te gelijk af; de een van A naar B, de ander van B naar A. De eerste legt 6 uur in 2,75 uur af en de tweede 6 uur in 2,5 uur af. Zoo zij nu telkens in de steden A en B 12 uur stil liggen, vraagt men, wanneer zij voor het eerst te gelijk in B zullen aankomen?
Mooi toch: een som van 142 jaar oud.
(en de uitkomst staat achterin: Nooit)
Ben jij al verankerd?

Vanochtend las ik een interview met Anna Enquist in Schrijven Magazine. Op de vraag: is het gezond voor een schrijver om er een ander vak naast te hebben, zei ze: Oja zeker! Het is goed om verankerd te zijn.

Ik zat in de sprinter van 7.43, keek op en dacht: of die baan waar ik naartoe ga me nou zo verankerd weet ik nog niet, maar mijn tochtjes in de trein in de spits doen dat zeker wel. 

Op dat moment voelde ik een denkbeeldig anker onder mijn stoel in de bodem van de trein slaan. 

Al die keren dat ik op een tochtig perron stond te turen naar het verdwijnpunt van de rails aan de horizon en uit de luidspreker een vriendelijk stem klonk: *Ding dong, dames en heren, de trein naar uw werk .... (is uitgevallen/onmenselijk verlaat/heeft een nog onduidelijk mankement)* vielen eigenlijk best mee. Ik stond nooit alleen op het perron. Er waren altijd een paar medemensen die samen met me stonden kou te lijden en te balen.


Elke dag - als dat witblauwe ijzeren monster eindelijk aan komt zetten - zoeven schuifdeuren open en heet de maatschappij 'de forenzentrein' me hartelijk welkom. Warm en gemoedelijk is het. De scholier met de te dikke rugzak, de zakenman met zijn laptop op schoot, twee zussen op weg naar de huishoudbeurs, de conservatoriumstudent met de contrabas en de rest van de veestapel - want zo voelt het met z'n allen in een bomvolle coupé - met een smartphone of krant in de hand.

Ik keek vanochtend om me heen en voelde me onderdeel van de treinmaatschappij. De conducteur kwam glimlachend langs, een jongen stond op voor een oude dame, er klonk gehoest, een rinkelende telefoon en het meisje naast me zei dat ik leuke schoenen aan had.

Zo zat ik me een beetje verankerd te voelen, tot de eindbestemming om werd geroepen. Mijn anker schoot los uit de bodem van de trein en ik kwam langzaam overeind. De veestapel schuifelde uit een overvolle trein naar een overvol perron, en verder naar een overvolle roltrap. In de stationshal dijde de maatschappij uiteen, anoniem, om rond het middaguur weer samen te drommen voor de sprinter naar huis.

Doe je taakje en in de tijd die overblijft kun je schrijven, las ik op de terugweg in het interview met Anna Enquist.

Bij deze.