Een goed interview is als een 'krijg zicht op jezelf'-therapie.

Ja, deze stelling klinkt misschien een beetje raar, maar toch is het zo. Ik zal het uitleggen:

Afgelopen week stelde Vrouwenthrillers.nl een aantal vragen over het schrijven van Blauwdruk. Ik zei:

Ik heb tijdens het schrijven tegenlezers nodig. Om me scherp te houden qua verhaal, maar ook om het schrijven minder eenzaam te maken. 

Terwijl ik dit antwoord formuleerde begon een peertje boven mijn hoofd te branden. Aha. Zo is het!

Lampje

Ik kan mezelf niet tragisch romantisch opsluiten in een klooster om aan mijn meesterwerk te schrijven. Ik heb anderen nodig. Interactie enzo. Feedback weetjewel.

Dieptepunt schreef ik bij Scriptplus in een klas vol medeschrijvers.

#Boek3 krijg ik niet op papier zonder dat ik de 'overlevering' en toffe archivarissen lastig val.

Sinds kort heb ik een heus samenwerkcontract met uniekspel.nl om gave moorddiners en andere spellen te maken, en komende maand wordt het korte verhaal Koffie verkeerd, dat ik samen met Sylvia Groener schreef, gepubliceerd in de bundel Koffietafel.

Zo dus.

Ik heb samenspel nodig.

Essentieel om te kunnen schrijven.

Nooit meer eenzaam ploeteren.

Dus.
Stelling bewezen: Een goed interview is als een 'krijg zicht op jezelf'-therapie.

& nu ga ik lekker in mijn eentje de krant lezen.
Afgelopen zaterdag was de boekpresentatie van Blauwdruk. Ik wilde daar een hele gave plog over maken, met foto's van vrolijke lezers en een gelukkige schrijver.

Maar zoals het een opgewonden en opgelaten schrijver op zijn eigen boekpresentatie betaamt, was ik vergeten een fotograaf te regelen...

Zucht.

Daarom iets anders als sfeerimpressie: de top 3 van meest gestelde vragen aan mij op mijn boekpresentatie - als lezer aan schrijver -, een zgn. toplog.

Komtie.

1. Waar haal je in hemelsnaam zo'n eng verhaal vandaan? (lezer kijkt met scheef hoofd naar de schrijver en fluistert) Ik hoop dat alles goed met je gaat.

2. En wanneer kom je in DWDD? (lezer lacht hard en graait naar een nieuw glas prosecco) Proost hè.

3. Zitten er weer van die autobiografische stukjes in? (lezer pakt schrijver bij beide schouders en kijkt haar indringend aan) En nou niet zeggen dat dat bij het vorige boek ook niet zo was. Wij weten wel beter.

Ik weet niet meer welke lezers welke vragen stelden. Ik weet ook niet meer wat ik - de schrijver - antwoordde. Ik weet nog wel dat ie-de-reen het een hele mooie omslag vond en dat ie-de-reen zin had om het te lezen en dat ie-de-reen wilde proosten en dat ie-de-reen het heel gezellig vond.

Ik ook.

& op de afterparty kwam er een plan op tafel om de pijn van de gemiste foto's te verzachten: ie-de-reen regelt een foto van zichzelf met Blauwdruk.

Tof hè.

En kijk: de eerste is daar. Wie volgt?

Blauwdruk lezen
Even iets heel anders op dit blog.

Ik schrijf - midden in de lancering van Blauwdruk - trouw verder aan #boek3. En daar worstel ik met het volgende vraagstuk:

Het is 1914 - en de eerste wereldoorlog is daar. Nederland wil neutraal blijven en mobiliseert op 31 juli 1914 de strijdkrachten. In totaal worden 203.000 soldaten opgeroepen. Zij bewaken de grenzen en vluchtelingenkampen, handhaven de openbare orde en brengen wegversperringen aan. 

In Zeeland is er een boer met twee zonen: Jan van 20 en Kees van 18. Ik weet dat Kees de hele oorlog in dienst is geweest, maar ik weet niets over Jan.

Mijn vraag: is het waarschijnlijk dat een boer zijn beide - en enige - zonen 4 jaar lang kwijt was aan de mobilisatie?

Ik vermoed namelijk dat de boer in kwestie heeft geprobeerd om zijn oudste zoon bij zich te houden, als werkkracht op de boerderij. Als hij beide zonen 4 jaar lang kwijt was, moest hij voor twee man vervanging zoeken. Een dure kwestie.

Kon een boer een zoon vrij laten stellen van dienstplicht vanwege bovenstaande?

Alle informatie is zeer welkom!

& alvast heel veel dank.

dienstplichtigen eerste wereldoorlog
Derde van rechts - de man met zijn armen over elkaar voor de stenen muur - is Kees

Geen UWV Werkmap meer voor mij. Morgen is mijn eerste werkdag.

@Tussenjouenmij vroeg me of deze nieuwe baan naar mijn zin was of ingegeven door de malle molen. Dat was echt een hele goede vraag.

Malle molen

Want vrij zijn - zo heb ik het afgelopen jaar ontdekt - is helemaal niet echt vrij zijn. Niet van 'lekker lanterfanten', 'uitslapen' of 'we zien wel wat de dag brengt'. Vrij zijn - werkloos zijn - is een malle molen.

De bedoeling was, heel terecht - want ik zat op de WW-zak te teren -, dat ik snel weer een baan vond. Dus solliciteerde ik.

Dat betekende: zoeken zoeken zoeken naar passende functies, bellen, brieven schrijven, juichen bij een uitnodiging, vragen en antwoorden voorbereiden, bus/trein-verbinding uitzoeken, opvang regelen, opgewekt en scherp een gesprek voeren, wachten aan de telefoon, jubelen bij het doorgaan naar de tweede ronde of balen bij een afwijzing, aanvullende workshops en/of presentaties doen en assessments en persoonlijke analyses doorstaan. Vervolgens weer wachten bij de telefoon. En twijfel: is dit nu echt wat ik wil?

Nee toch, ik wilde schrijven toch.
Ja.
Dus dat deed ik. Heel veel. Tussen het solliciteren door.
En ondertussen deed ik ook nog een heleboel dingen waar ik normaal niet aan toe kwam: Ik zette de badkamer, een bed, een stoel en een bureau strak in de verf. Ik leefde gezonder dan ooit: elke ochtend 5 zonnegroeten, water met citroen bij het ontbijt, en volgde een injectietherapie tegen allergieën. Ik kon zomaar op donderdagochtend op kraamvisite, midden op de dag naar de bieb of tennissen en de bus van het schoolreisje uitzwaaien én binnenhalen.

Mooie molen

En - wat ik zo graag wilde: ik schreef Blauwdruk af en begon aan #boek3.

Een mal en mooi jaar.
& toch werd ik af en toe overvallen door, tsja, hoe zal ik het zeggen, iets van .... eenzaamheid? Of rusteloosheid? Ik weet het niet. Er knaagde iets - en niet alleen vanwege die sollicitatieverplichting, die malle molen.

Ineens hoorde ik het mezelf zeggen: 'Ik wil bij een clubje horen.'
(ja, ik vond het zelf ook een beetje gek klinken, maar ik meende het echt)

En zo geschiedde. Er was een clubje waar ik bij wilde en gelukkig, dat clubje wilde ook mij. Contract getekend - UWV uitgezwaaid, tennis naar het weekend verschoven, nog een laatste klodder verf op de muren, schrijfuren blokken in de avonduren - en gaan.

Het is alsof ik nu, de laatste dag vóór mijn eerste werkdag, in de rij voor de zweefmolen sta - met al een beetje licht gevoel in mijn buik en een giechel in mijn keel. Morgen stap ik in. Dan hoop ik niet alleen bij een leuk clubje te horen, maar ook inspiratie op te doen, zo in dit nieuwe levensgebeuren. Voor dit blog, voor #boek3, #boek4, #boekx. Want ik blijf schrijven, gewoon in de avonduren zoals eerder. Van zweefmolens krijg ik namelijk ontzettend veel energie.

Malle molen

Ik heb er zin in.