Ik moet nog stof zuigen
soep maken was vouwen mail lezen brood kopen en luieren luieren luieren op 't gras. Ik begin onderaan.


Op het gras
'Schaamteloze zelfpromotie is noodzakelijk voor een schrijver,' sprak Ronald Giphart de lokale schrijvers in de plaatselijke bieb toe.

Natuurlijk, dacht ik.
(ik was een van de lokale schrijvers)
En daarna - met 't schaamrood op de konen - : dat durf ik helemaal niet.

Maria Rijk thriller Dieptepunt

Schaamteloze zelfpromotie is bijvoorbeeld een boekwinkel in lopen en vragen: 'hebben jullie mijn boek al?' (en het boek dan met een nonchalant gebaar op de balie leggen en daar hartstochtelijk over vertellen, net zo lang totdat de boekhandelaar zegt: 'ik leg wel een stapeltje op de toonbank neer')

Die ene keer dat ik dat probeerde was de verkoopster buitengewoon kortaf en vertrok ik met mijn staart tussen de benen weer naar buiten. Nooit meer.

Schaamteloze zelfpromotie is een overtuigende boekpresentatie houden en zonder trillende stem een stukje voorlezen voor publiek (publiek! oh de gruwel!).

Die twee keer dat ik dat durfde (of er eigenlijk niet onderuit kon) werkte ik eerst een dubbele espresso en twee glazen wijn naar binnen. Of ik verstaanbaar was? Geen idee. Ik lazerde nergens van af in ieder geval.

Schaamteloze zelfpromotie is bewust de media opzoeken: de juiste personen bij kranten, tijdschriften en DWDD stalken met sterke argumenten waarom nou net mijn boek gerecenseerd moet worden.

Alsof mijn boek beter is dan het boek van iemand anders.

Nee (klein piepstemmetje van binnen), nou niet bescheiden zijn. Natuurlijk is mijn boek het beste. (piepstem klinkt luider) Natuurlijk ben ik een begenadigd schrijver. (nog harder) Kom maar op schaamteloze zelfpromotie, we starten nu. (slaat met vuist op de tafel)

Maria Rijk thriller Dieptepunt
En dus:
- ga ik de mevrouw van de boekhandel niet meer boos aankijken maar vriendelijk groeten en zorgen dat ik een gezellige band met haar opbouw. De volgende keer komt ze er niet onderuit.
- leer ik mijn elevator pitch voor #boek2 en #boek3 uit mijn hoofd. Om deze zelfverzekerd (en zonder alcohol of cafeïne) uit te dragen aan wie het maar wil horen. En luisteren zul je.
- ga ik iedereen die ik ken bij kranten, tijdschriften en andere media (toegegeven, dat is er precies 1) benaderen om te vertellen over mijn schrijfplannen. En waag het niet om het niet te plaatsen.

Mijn eerste stap in schaamteloze zelfpromotie heb ik inmiddels achter de rug. Ik heb Ronald Giphart aangesproken en #boek1-'Dieptepunt' in zijn handen geduwd. Bravo.

(Nou ja eigenlijk deed mijn driejarige dat. Die kan het namelijk niets schelen wat mensen van hem denken.)
Precies een jaar geleden begon ik dit blog. Mijn werk was gestopt - een reorganisatie - en mijn verjaardag kwam er aan. Die van 40 jaar, die van terugblikken en vooruitkijken, van midlifecrisis, van vragen als hoe en wat en wanneer, en van rimpels en grijze haren die niet meer weg te poetsen zijn.

Ik wilde meer kunnen schrijven - gewoon waar ik zin in had - om beter te worden in het overdragen van wat ik nou eigenlijk bedoel. Dit blog werd mijn proeftuin voor schrijfstukjes: korte verhalen, gedichten en gedachten.

Er kwamen reacties. Leuke reacties. Er kwamen verzoeken voor gastblogs. Een aanmoedigingsprijs. En het aantal lezers steeg en steeg. Gaaf.

Een jaar gaat snel voorbij. Een jaar waarin ik schrijver ben geworden. Schrijver. Zo durfde ik me niet eerder te noemen. Eerder prutser of gelukkeling of mazzelaar.
Het komt door dit blog: type 'n stukje, klik op Publiceren en iedereen kan het lezen.

1 jaar een blog. My lessons learned:
1. Check je eigen blog en verbeter eindeloos.
2. Vind schrijf/blogbuddy's en wissel uit.
3. Lees andere blogs en kijk af.

Ik leer en schrijf en leer en schrijf en zie: ik ben al bijna 41 en een stuk wijzer.
Bloggroentje af zeg maar.

verjaardag blog

Ooit zong ik in een bandje.
Ja, inderdaad.
Het was geen succes.

De reden dat ik in het bandje Pop-a-cast mocht zingen was pure schaarste. De bandleden - allemaal mannen - hadden een meisje nodig om voor op het podium te staan. Dat zou publiek trekken, zo wisten ze zeker. In het Delftse studentenleven, en helemaal in bepaalde scenes - zeg maar de nerd-scenes, waren weinig meisjes. Ik was er wel. 'Wil je zingen?' vroegen ze. Ik zei: 'Ja.'
(Natuurlijk wilde ik zingen, elk meisje dat opgegroeid is met Kinderen voor Kinderen en De Dolly Dots wil zingen)

Ze hadden moeten vragen: 'Kun je zingen?'

We gingen oefenen. De covers die Pop-a-cast wilde spelen waren van een andere orde dan Dolly Parton en Johnny Logan, die ik thuis draaide. Heavy gitaarmuziek en snoeiharde drumsolo's klonken achter me, en voor me stond een microfoon: een zwart harig ding, waar ik mijn lippen tegenaan moest duwen terwijl ik mijn longen uit mijn lijf zong (... euh, schreeuwde).

'Excuse me, while I kiss the sky.'

Oei.
Valser dan dat kon bijna niet.
Het deed echt pijn. Zelfs bij mij.

Toen het eerste optreden aanstaande was maakten de bandleden me voorzichtig duidelijk dat ze toch liever hun optreden zonder zang wilden doen. Dan maar geen meisje, dan maar gewoon goede muziek.

Ik vond het prima (pfff...) en keek vanuit het publiek naar ze, vol trots, want ik hoorde toch een beetje bij de band.

Pop-a-cast is nu twintig jaar geleden, maar vanochtend werd ik ineens wakker met de muziek van toen in mijn hoofd.

Ik schreeuw nu al de hele dag - ramen dicht - 'Purple Haze!' en ik gun jullie graag de echte zanger. Want wat is dat een lekker nummer.

De website synoniemen.net is een superhulp. Voor als ik bijvoorbeeld te vaak hetzelfde woord in een alinea gebruik of een nog beter bijvoeglijk naamwoord zoek. Ook op mijnwoordenboek.nl kijk ik regelmatig ter inspiratie.
Er zijn zoveel mooie woorden te vinden:

Een fijnproever is een lucullus of eventueel een voedie.

Een kind is een broedsel of een loot.

Een deugniet een kataas of een lorejas.

Een naald is een malie.

Een volk een crapuul.

De beste bron voor mooie woorden is wel de Nederlandse Encyclopedie, en dan vooral de recent gezochte betekenissen. Zo interessant waar anderen mensen op zoeken.

Zo leerde ik vandaag wat heparine is, en mayahana, en allodiaal. Niet dat ik die woorden durf te gebruiken hoor, want over precies een half uur ben ik de betekenis al weer vergeten, maar mooi zijn ze wel.

Luimig, plezant, amusant en jofel is het, al die prachtige woorden zomaar op je beeldscherm (of beter: leesvenster). Voordat ik het weet zit ik vol inspiratie te schrijven, dit blogje bijvoorbeeld, mijn internetdagboek.

betekenis blog


NB. Check ook de hashtag #woordliefde op twitter. Een vat vol mooie woorden!
Mijn betovergrootmoeder Adriana Rijk wordt op 2 september 1832 geboren in Ovezande, een dorpje in Zuid-Beveland. Ze helpt haar vader - een landbouwer - mee op de boerderij, totdat haar jongere broers en zussen oud en sterk genoeg zijn om haar taken over te nemen, en wordt dan dienstbode.
Ze is 26 als ze in Goes aan de slag gaat bij een manufacturier. Een jaar later keert ze terug naar Ovezande, zwanger van haar baas. Op 9 januari 1860 wordt mijn overgrootvader geboren: Jan Rijk, een bastaardkind. Op zijn geboorteakte staat bij vader N.N.

Wie was hij, de man die Adriana bezwangerde?

Ik wil het weten. Het is uit nieuwsgierigheid - wat was dan mijn achternaam geweest? - maar ook een vorm van gerechtigheid - welke lummel bezwangerde die arme boerendochter en stuurde haar met haar dikke buik naar het Katholieke Ovezande terug?

Nelleke Noordervliet omschrijft de status van een dienstbode in 'Altijd roomboter' als volgt:
130.000 meisjes van eenvoudige komaf verleenden hun diensten aan zo’n 7% van de huishoudens. Het was een vorm van slavernij. Een dienstmeid had veel plichten, maar nauwelijks rechten. Haar juridische status was huisgenoot en als zodanig was de meid ondergeschikt aan het gezinshoofd. Van een geschreven arbeidscontract was geen sprake. 
Dienstboden waren in hun armoe vaak maar een stap verwijderd van het bredere pad der prostitutie. Ze werden zwanger gemaakt door de heren of zonen deze huizes, maar het was bij wet verboden onderzoek te doen of laten doen naar het vaderschap met als doel de vader tot onderhoud te verplichten. Rond de vaderschapskwestie werd een juridisch steekspel opgevoerd, bedoeld om de verwekker uit de wind te houden, bedoeld om de man te vrijwaren van zijn schuld aan de prostitutie. Niet zijn geilheid was het, maar haar veilheid. 

Ik wil het weten.

Dienstbode - Isaac Israëls

De naam Knitel kom ik tegen in oude familiepaperassen, maar er staat verder niets bij. Mijn overleden tante schreef ooit de naam Stieger op, met daarachter de zin 'Is dit de vader van opa.' (maar zonder vraagteken, dus wist ze het of dacht ze het alleen maar...). 

Ik ben de archieven ingedoken: Zeeuwengezocht.nl, Zeeuwsarchief.nl, de krantenbank van ZeelandZoekakten.nl en Wiewaswie, en ontdekte een heleboel:
- Zowel meneer Knitel als meneer Stieger waren manufacturier in Goes toen Adriana zwanger raakte. Tot zover klopt het.
- Meneer Knitel was weduwnaar en 55 jaar.
- Hij had drie zonen, tussen de 19 en 24 jaar oud.
- Die zonen werden alledrie op 19 jarige leeftijd ingeloot voor 5 jaar dienstplicht.
- Meneer Stieger was 23 jaar en trouwde 4 jaar later in Delft.

Verder niets. Dus nu zit ik al de hele tijd te gissen. Was het weduwnaar Knitel, die dolgraag de plaatselijke politiek in wou en in allerlei raden en besturen zat, dus dat bastaardkind echt niet kon gebruiken? Was het een van zijn zonen, die vijf jaar lang de Nationale Militie moest gaan dienen of juist daar net klaar mee was? Of was het toch Stieger? De naam die mijn tante opschreef.

Ik wil het weten.
Mijn eigen whodunnit in de familie.
Ik moet het weten.

Het gemeentearchief in Goes kan me hopelijk helpen. Ik ga er binnenkort naar toe, lekker bladeren in stoffige bevolkingregisters. Ondertussen oefen ik alvast mijn echte naam: Maria Stieger, of Maria Knitel. 
(Hè nee, dat klinkt helemaal niet. Ik blijf gewoon Rijk hoor, waar ik ook op stuit.)