Vanaf de buitenkant is mijn huis gewoon wit. Niets bijzonders. Niet anders dan normaal. Maar binnen spreidt een oranje vlek door het huis, steeds groter en groter, totdat alles - alles - bedolven is door Nederlandse trots en hoop.

Oranje overal
Op de vensterbank

Oranje overal
Wassen wassen wassen

Oranje overal
Stilleven (bovenop de kapstok)

Oranje overal
Knutsel-eet-klets-en-tekentafel

Oranje overal
Elke avond voetballen in de tuin

Oranje overal
We hebben normaal nooooit sinaasappels

Oranje overal
Loombandjes in de badkamer

Oranje overal
Op de bank, op de vloer, op de WC.  Overal!

Oranje overal
Een knutseldingetje - vermoed ik - op de slaapkamervloer

Wat een mooie kleur eigenlijk. Om blij van te worden. Van mij mag de oranje-rommelzooi nog drie weken blijven, of langer, als het helpt.
Ik had gisteren een fietsvaldag. Al zat ik geen moment op de fiets.

Een kind dat leert fietsen valt. Dat hoort zo. Mijn driejarige is er het levende bewijs van. Ik leg mijn hand op zijn onderrug, roep dingen als 'je kunt het' en 'blijven trappen' en bovenal 'vallen is niet erg, daar leer je van', ren naast hem en sus en kus zijn geschaafde knie of gekneusde teen. Sinds kort kan hij een stukje los fietsen. Superknap, vind ik dat.

Gisteren viel ik zelf - symbolisch dan.
Ik ben al maanden aan het schrijven. Op dit blog, aan #boek2 en #boek3 en #boek4, en aan andere topgeheime schrijfklussen. Ik schrijf en type en zet verhalen zwart op wit. Dat is hartstikke mooi en fijn, maar ook moedeloos geploeter soms. Dan wil ik een 'je kunt het' of een hand op mijn onderrug. Gisteren was zo'n dag dat ik een zetje nodig had. Maar ik kreeg het tegenovergestelde: gemene boomwortels en harde hagelstenen, en donderde van mijn fiets. Even bleef ik beduusd liggen.

's Avonds vond ik een citaat op twitter van @franxine:
Succes is 1x vaker opstaan dan je valt. 
Dat hielp.
Een nachtje slapen ook.

Vanochtend ben ik weer opgestapt. Een beetje beurs misschien, maar ik schrijf weer.

Fiets

Drie dagen lang leven volgens de Ayurvedische leer; yoga, meditatie en exotisch supervoedsel. Dat leek me wel wat, vooral vanwege die extra bijkomstigheid: een weekendje weg met vriendinnen in zonnig Zeeland.

De eerste stap: joggingbroek aan en matje in het gras. Omringd door bloemen, in lotushouding in de zon en verder stilte. Helemaal prima.

Yogamatje

Oranje bloemen

Volgens de Ayerveda zijn er drie energietypes, zogenaamde Dosha's: Vata, Pitta en Kapha. Deze Dosha's worden gevormd door vijf elementen; aarde, water, lucht, vuur en ether, en sturen alle processen aan, zowel in je lichaam als in je geest. Ze bepalen bijvoorbeeld hoe je huid eruit ziet en wat goede voeding voor je is. Elke yogales en elke daaropvolgende maaltijd was gebaseerd op een van de vijf elementen. 
Wij aten die avond pasta uit Sardinië en eetbare bloemen (element: aarde).

eetbare bloemen

De precieze verhouding van de Dosha's is voor iedereen anders, en ook welk element daarbinnen overheerst. Vata staat voor beweging, Pitta voor transformatie en Kapha voor verbindende kracht. Dat leerde ik. En ook dat eetbare bloemen vrij saai smaken en dat je van Yoga vreselijk veel dorst krijgt, vooral na de les 'vuur'.

Water met takjes

Dus dronk ik eindeloos veel water met aardbeien of muntbladeren uit de tuin, gemberthee en bietensap. En at ik - werkelijk - heeeeerlijk (en vrij bijzonder voor mijn hollandsepot-doen): mung bonen, gojibessen, hennepzaad, bijenpollen, kurkuma, cashewpasta, vijgen, dadels, chiazaadjes, avocado en rauwe chocoladetaart. 

Salade

Raw chocolate cake

Bij de vierde yogales had ik beet. Mijn rug maakte een achterwaartse kromming die mezelf verbaasde. Kon ik dat? Ja. Dit was mijn les, mijn element: lucht. Met gloeiende wangen verliet ik de les. Ik bleek een Vata-energietype. Toen ik in een hokje geplaatst kon worden, kwamen de Vata-adviezen snel:
- Zorg dat je het altijd warm hebt.
- Vermijd de kou.
- Hou regelmaat.
- Ga op tijd naar bed.
- Creëer een opgeruimde omgeving.
(ik vond de stem van de Yogadocent verdacht veel op die van mijn moeder lijken)

Yogales

Eigenlijk ging ik terug naar de basis - met mijn luchtelement en Vata-energietype - naar de drie r-en: rust, regelmaat en reinheid. Die oerhollandse stelregels vond ik wel mooi, zo tussen de eetbare bloemen en chiazaadjes. 

Uitgerust, vol goede voornemens en met talloze Ayurvedische recepten kwam ik gisteravond thuis, net voordat het avondeten op tafel kwam: vette worst, gebakken aardappels met mayo en als toetje een oranje mona-pudding. Lekker dat dat was...
Maar ik probeer het echt, ik hou vast aan Vata: ik doe de was op tijd, trek een warm vest aan, maak kikkererwtensoep voor de lunch en doe een paar extra zonnegroeten alvast ter compensatie voor vanavond, want dan eten we pizza. En daar strooi ik dan wat gojibessen en hennepzaad op. Dan komt het wel goed, denk ik, met mijn luchtige Vata.

PS: 
Meer weten over Ayurveda? Op Wikipedia wordt het uitgebreid uitgelegd.
En op Ayurvedatest kom je erachter welke Dosha bij jou domineert.

Mijn weekend werd georganiseerd door Casa di Yoga
Het is bijna 100 jaar geleden dat aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk werd omgelegd. Die moord was de aanleiding voor de Grote Oorlog: World War I.

Het is een oorlog waar ik niet veel van af weet - eerlijk gezegd. Ja, wie tegen wie, en termen als 'loopgraven', 'zeppelins' en 'gifgas', net als 'miljoenen slachtoffers'. Maar de laatste tijd komt de oorlog steeds meer tot leven. Steeds dichterbij. Wat is nou 100 jaar?

Gisteren was Diederik van Vleuten met zijn show Buiten schot op tv. Hij vertelde over de tragiek van de Eerste Wereldoorlog aan de hand van een aantal personages. Een bijspijkercursus voor mij, vol van weemoed, ellende en toch ook een beetje humor.

Vandaag is het #WW1archives day. De hashtags #WWI en #WO1 worden op twitter door Nederlandse archiefinstellingen gebruikt om stil te staan bij de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal, maar werd betrokken bij de oorlog; door de opvang van 1 miljoen Belgische vluchtelingen, door een - per ongeluk - bombardement op Zierikzee en door asiel te verlenen aan de Duitse keizer en zijn troonopvolger.

Er is trouwens iets wat ik weet over de Eerste Wereldoorlog, en verder (zowat) niemand: Nederland was bijna alsnog de oorlog in geholpen - door deze man:

Wachtmeester Eerste Wereldoorlog

Wachtmeester Kees Rijk. Zie hem daar staan, 19 jaar jong, 4 jaar lang gemobiliseerd. Best een knapperd toch, maar geen beste soldaat, ben ik bang.

Kees kwam bij de artillerie. De kanonnen werden met paarden voortgetrokken en Kees wist als boerenzoon goed met de beesten om te gaan. Hij werd daarom tot Wachtmeester benoemd.
Op een dag aan de grens in Zeeuws Vlaanderen kwamen Duitse vliegtuigjes over. Ze maakten Kees nerveus. De vijand van België! Kees wilde ze neerhalen, spoorde zijn commandant aan om te mogen schieten, die weigerde, maar Kees hield het niet meer, riep 'Laat me het doen!' en schoot - een keer. 
Mis. 
Kort daarna rinkelde de veldtelefoon. Een hoge officier schold de commandant de huid vol: er was geen opdracht gegeven om te schieten. Wachtmeester Rijk mocht terug naar de paarden.
Als het aan Kees had gelegen, was Nederland de oorlog in geholpen. Dan zou ik waarschijnlijk veel meer van De Grote Oorlog af weten. Maar ik ben toch wel blij, dat mijn opa misschoot.
Vanochtend liep ik even door de tuin. Ik werd daar blij van. Een Tuin-logje:

Vingerhoedskruid
Vingerhoedskruid

Allium
Allium

Pissebed
Pissebedjes - aah

Muntvlinder
Muntvlinder (?) - heel klein iig

Hortensia
Hortensia

Sla
Sla, heel veel sla 

Ik ga mijn eigen T-logje even als bladwijzer instellen. Om nog eens naar te gluren in de winter.
Ik sta op de muur. Het uitzicht is indrukwekkend; groene heuvels waar de muur kilometers lang doorheen slingert, daarboven de blauwe lucht en een felle zon. Een schoonheid met een geschiedenis. Duizenden mensen stierven tijdens de bouw van de muur. Hun lichamen zijn opgenomen door de vlakte. En hier sta ik, twintig jaar oud, te midden van vroegere wreedheid en hedendaagse trots. De wereld aan mijn voeten. Waarom moet ik nou huilen?

Chinese muur

Ik loop verder over de muur. Als ik om kijk zie ik in de verte kleine figuren lopen. Ze dragen bontgekleurde kleding; rood, paars, goud. Het contrast met de grauwe stenen is groot. Langs de muur lopen twee kamelen met me mee. Voor de zoveelste keer deze reis streep ik in mijn hoofd een geleerde stelling weg: kamelen komen niet alleen in de woestijn voor. Mijn hoofd is vol met flarden indrukken, voller dan het ooit geweest is. 

Ik moet op mijn billen het steile stuk af. Hier zijn geen trappen of rechte tegels meer. De wachttorens zijn ingestort. Ik leg mijn hand op het warme steen en kijk naar de kamelen. Hun heupen wiegen de waterbulten op hun rug zachtjes heen en weer. Achter de kamelen verschijnt een dorp. Een smalle weg leidt naar een groep kleine huizen, waarvan de daken weerkaatsen in de zon en zo een gouden aura over het dorp vormen. Ik kijk naar beneden, zucht diep en wroet met mijn bergschoenen tussen de verpulverde stenen. Een dikke traan valt op het gruis. 

Ik draai me om en laat mijn hand langs de richel glijden. De stenen - door de wind en regen zacht afgerond - geleiden me over het grijze wandelpad. Het dorp verdwijnt en de felgekleurde figuren worden groter. Op mijn lippen proef ik een mengeling van zout en zonnebrandcrème. Geluiden van toeterende bussen en schreeuwende mensen komen dichterbij. Straks zal ik weer opgenomen worden door de toeristische mensenmenigte. Ik veeg de tranen van mijn wangen en haal mijn neus op. Die vervloekte malariapillen.

China man