Gisteren sprak ik Marietje uit Breskens.

Marietje is vijf als haar moeder in 1932 overlijdt. Haar vader is landbouwer in Zeeuws-Vlaanderen, en heeft het te druk om voor haar te zorgen. Er komt een dienstbode om zich over Marietje te ontfermen en het huishouden te runnen.

Nu is Marietje zesentachtig. Als Marietje over de dienstbode begint te praten straalt ze - glimmende ogen en een schaterlach: 'ze zorgde zo fijn voor me,' zegt ze, 'we gingen samen op stap met het veer en de trein, naar Walcheren en Zuid-Beveland en weer terug. Ze zong voor me, maakte heerlijke appelmoes en als ik verdrietig was mocht ik bij haar op schoot.'

Och, en die dienstbode - dat weet ik dan weer - was zo gelukkig dat ze voor Marietje mocht zorgen. 'Het was een hele mooie tijd,' zou ze nog vaak zeggen, 'samen met Marietje'.
Die dienstbode was mijn oma. Ze stierf 23 jaar geleden, maar als ik Marietje over haar hoor praten is ze ineens weer dichtbij. Dan ruik ik de geur van haar appelmoes en hoor ik haar stem. Lekker is dat. Brok in mijn keel enzo.

Marietje en ik gaan brieven schrijven, dat hebben we elkaar beloofd, gewoon nog met een envelop en een postzegel. Want internet is haar te gortig, zei ze. Dus ik zit nu te wachten - wiebelen - totdat de regen stopt, zodat ik naar de brievenbus kan lopen en een ansichtkaart erin kan gooien, naar Breskens. Zo fijn.

zeeuwse poppen
Vanavond is het zo ver. De verwachtingen zijn hooggespannen.

Zoon (bijna 7): 'weet je nog, vorig jaar, toen had mama er niets van begrepen en kreeg ik alleen maar een dropsleutel en een bloemetje.'
Ik dacht, 'en een MEDAILLE verwende drommel,' maar ik zei het niet. Ik zag het beeld van vorig jaar weer voor me. Mijn uk in het defilé, achter de vlag van zijn school, met ogen die doodmoe stonden en knieën vol schaafplekken. Ik liep naar hem toe, zei dat hij de mooiste medaille had die ik ooit had gezien, kuste hem, hing een lint met een dropsleutel om zijn nek en duwde een bloem in zijn handen.

Zo trots was ik.
Hij niet.
Zoonlief wierp zich op de grond, te midden van al zijn met snoepzakken behangen vrienden, ontroostbaar. Hoe had zijn moeder dit kunnen doen? Maar 1 DROPSLEUTEL!

Ik snap echt he-le-maal niets van die idiote traditie om een kind met snoep vol te proppen als hij net heeft gesport. Ik wil mijn kind niet beladen met zakken suiker en andere zooi omdat hij een paar kilometer heeft gewandeld. Hij heeft een medaille verdiend en lol gehad met zijn vriendjes, vier avonden lang. Snoep is ondergeschikt daaraan.

Alle ouders die ik spreek zijn het met me eens, natuurlijk, hartstikke fout, zo ongezond, maar onder de noemer 'sociale druk' zullen er vanavond toch weer meer snoepzakken dan medailles aan de kinderen bungelen. Niemand wil namelijk dat zijn kind zich wanhopig op de straatstenen werpt, vlak voor de schoolvlag en tussen al zijn lachende vriendjes.

Ik ook niet. Het was echt niet tof vorig jaar. Ik heb mijn moraalridderschap geofferd om mijn kind vanavond te zien stralen.

Dus nu ligt er een zak snoep hier, voor om de nek van mijn zoon. Het is alleen voor bij de finish, want daarna gaat de boel gewoon in de snoeppot, voor iedereen, maar dat vertel ik hem pas als we thuis zijn.

snoep avondvierdaagse

Hij heeft Parkinson.

Zo.
Nu weet je het.
Nu hoef je niet meer te zeggen dat hij er zo slecht uitziet.
Nu hoef je niet meer te vragen of het wel goed met hem gaat.
Natuurlijk gaat het niet goed.
Hij heeft Parkinson.
Al tien jaar.

Het is die stomme rotziekte die zijn handen laat trillen, die zijn bewegingen vertraagd en die een uitdrukkingsloos masker op zijn gezicht achterlaat.

Kijk voorbij dat masker.
Kijk voorbij die ziekte.
Praat met hem.
Lach met hem.
Echt.
Het is nog steeds dezelfde man.

Mijn vader.


stilte parkinson

Hoi Eef,

Weet je nog, Kitty Kilian twitterde over de briefwisselingsblog beetjezout.nl, en jij en ik reageerden en van het een kwam het ander - zoals dat op de twitter gaat - ...
enfin: bij deze mijn belofte, een brief aan jou. 

Hoe is het met je?

Nee. 
Dit slaat nergens op. De twee dames van beetjezout.nl zijn vriendinnen die ver van elkaar af wonen en daarom elkaar brieven schrijven via een blog. Terwijl wij - jij en ik - elkaar niet kennen en best dicht bij elkaar wonen - kwam ik net achter - en daarom helemaal geen tandpastagesprekken via een blog kunnen voeren.

Tandpastagesprekken, denk je misschien, wat zijn dat?

Tandpastagesprekken zijn gesprekken over dagelijkse sores met vriendinnen die dicht bij je wonen, en behandelen thema's als: mijn tandpasta is op, heb jij nog een tube liggen? of mijn fietsketting loopt er steeds af, wat zal ik doen? of tot hoe laat is de supermarkt open? en - heel belangrijk: zullen we even een terrasje pakken?
Tandpastavriendinnen zijn noodzakelijk voor het geluk binnen de bebouwde kom.

tandpasta

Vanwege een verhuizing - waardoor de vriendschap op afstand voortgezet moet worden - kunnen er drie dingen gebeuren met een tandpastavriendschap:

1. De vriendschap houdt geen stand, helaas. Maar geen nood: nieuwe tandpastavriendinnen dienen zich uiteindelijk altijd wel weer aan.

2. De vriendschap houdt stand, maar krijgt een nieuwe invulling - samen op vakantie bijvoorbeeld (let op! dit is wel gevaarlijk, want meestal heb je naast een tandpastavriendin ook al een vakantie-of-weekendjeweg- vriendin en die mag zich niet achtergesteld gaan voelen) om diepzinnige gesprekken te voeren.

3. De tandpastagesprekken worden voortgezet via een briefwisseling, zoals beetjezout.nl dat doet via hun blog - ik heb een sterk vermoeden dat ze ooit dezelfde bebouwde kom deelden. Slim en leuk.

Hoe dan ook, beste Eef, we zijn geen tandpastavriendinnen. Misschien een beetje blogmaatjes, zoiets, maar een briefwisselingsblog zou wat overdreven worden, en onuitvoerbaar bovendien, door alle dagelijkse sores die de combinatie gezin-baan-schrijven met zich meebrengt. Daarbij: ik volg je toch wel!

Veel groeten,
Maria
Afgelopen dinsdag vond de maandelijkse pubkwiz plaats. De vragen gaan over geschiedenis, natuurkunde, literatuur, politiek, chemie etc etc en er is altijd een vraag over een stijlfiguur. En die heb ik werkelijk nog nooit goed gehad. Vrij schandalig, vond ik dat.

Ik las de stijlfiguren-blogs van drs.Pee, en die hielpen me goed op weg, maar ik had voor mezelf een eigen lijstje nodig. Om me voor te bereiden op de pubkwiz - en voor als ik weer eens schrijf - en voor iedereen die wel eens schrijft - en de stijlfiguren maar niet kan onthouden, zet ik ze hier even snel op een rij.

Vooropplaatsing (prolepsis): een voorwerp als eerste woord in een zin plaatsen, om het meer gewicht te geven.
Tuinieren, ik vind er niets aan.

Pleonasme: de dubbelopcombinatie.
Het groene weiland, de witte schimmel (die van Sinterklaas).

Opsomming: een aantal feiten, mededelingen achter elkaar plaatsen.
Op mijn bureau liggen pennen, potloden, schriften, boeken, losse blaadjes en een botte schaar.

Overdrijving (hyperbool): om de tekst te versterken.
Ik moet zeker nog een miljoen overhemden strijken. 

Repetitio (herhaling): om tekst te dramatiseren.
Hij rende en rende, tot hij niet meer kon.

Vergelijking (beeldspraak): maakt de overeenkomst expliciet.
Zo sterk als een beer.

Tautologie: het benadrukken van een woord met een vergelijkbaar woord. 
Schots en scheef.

Personificatie: Levenloze dingen worden voorgesteld als wezens.
Dat vriendelijke huisje.

Synestesie: Zintuigelijke waarnemingen worden door elkaar gehaald.
Schreeuwende kleuren.

Understatement (parabool): om te ironiseren of te bagatelliseren.
Het leven duurt maar een paar tellen.

Alliteratie: als de beginletters hetzelfde zijn.
Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan.

Contaminatie: samenvoegen van twee vergelijkbare woorden.
Optelefoneren, verexcuseren.

Er zijn nog veel meer stijlfiguren. Op wikipedia vind je een enorme lijst.
Voor mij is de samenvatting hierboven wel afdoende, denk ik, om me door de volgende pubkwiz-stijlvraag heen te slepen, en anders zal ik hem alsnog aanvullen. Een groeiende lijst dus. (en dat is een ... personificatie - denk ik)
Wel eens koffie in een blauw kopje gekregen?
Dat is een slecht teken, zo heb ik net gehoord.

En wel hierom:
Vroeger kreeg de oudste zoon uit een boerenfamilie de boerderij. Zo was het nou eenmaal. Dikke pech voor de tweede, derde, vierde etc zoon. Dochters waren voor de erfopvolging al helemaal nutteloos. Die mochten alleen melken en karnen en helpen bij het huishouden, maar niet de baas zijn. (dus die boerinnen uit Boer zoekt vrouw bestonden vijftig jaar geleden gewoonweg niet)
Als nou een boer alleen maar dochters had, dan had hij een fiks probleem. Een dochter moest dan DE perfecte schoonzoon schaken, aan wie de boer zijn boerderij toe durfde te vertrouwen. Als de dochter een verloofde mee naar huis nam, om kennis te maken, dan bekeek de boer de jongen als hij aan kwam lopen. Hij praatte met hem en vroeg zijn vrouw om de jongen een kop koffie te geven.

Belangrijke info hierbij: in de zondagse servieskast stond 1 blauw koffiekopje.

Als de boer de jongen nu niet geschikt achtte, dan vroeg hij zijn vrouw het blauwe kopje te gebruiken. De arme verloofde wist wat dat betekende: hij kon meteen afdruipen.

Weer wat geleerd vandaag - nu even een bakkie doen.

koffie
In heel Middelburg was er gisteravond geen andere overnachting te vinden dan bij een Bed&Breakfast in een buitenwijk. Trampoline, kippenhok, snoepjes op je bed en een oudere dame die ons hartelijk welkom heette. Helemaal blij waren we dus: man en ik en drie kinders.

Toen ik even de schuur in liep stond daar net de man des huizes een gans te villen. Ik loosde de kinders de andere kant op. Binnendoor gingen we, langs een opgezette vos en dito eekhoorn, naar boven, naar onze kamers. Halverwege de trap wierp ik een blik in de keuken: enorme messen aan een rek, een gehaktmolen en een worstensnijder. Alles blinkend steriel. Ik had een ietwat onbestemd gevoel. Later, toen de lichten uit waren, voelde ik dat er iemand keek. Ik stapte uit bed en zette de opgezette vogel met zijn oogjes van kralen op de gang.

Ik kon niet slapen. Ik moest steeds denken aan dat verhaal dat ik ooit had gelezen over die aardige hospita die niet alleen haar huisdieren opzette, maar ook haar gasten...  Angst smeulde door mijn lijf, geen enkele verstandelijke redenatie hielp. Mijn dierbaren snurkten en ik lag daar maar, te wachten op het moment dat die oude dame met het slagersmes binnen zou komen.

Eerder had ik dit soort nachtelijke freak-outs van films, van de beelden, die steeds weer voorbij kwamen, en de geluiden, de stemmen. Bijvoorbeeld:

IT's Stephen King - na het zien van een ballon of clown

Lauren Bacall in Murder on the Orient Express - in de nachttrein

Scream - als ik alleen thuis was

En de lijst is nog veel langer. Vanwege mijn nachtrust kijk ik al een tijdje geen spannende films meer.

Vannacht echter, was het de eerste keer dat ik een waanzindoordraaimoment had van een geschreven verhaal. Ik kon niet anders dan concluderen dat het verhaal van de horrorhospita ontzettend goed was opgezet. En dat ik nodig een blogje moest wijden aan mijn bizarre nachtelijke denkbeelden - want vanochtend was iedereen gewoon gezond en stond er een heerlijk ontbijt klaar - in de hoop op een van-me-af-schrijf-therapie.

Goed. Ik ga nu even zoeken waar ik dat verhaal over de horrorhospita heb gelaten. Om goed te analyseren hoe je dat nou doet, zo'n verhaal schrijven waar lezers wakker van liggen, en het vervolgens ritueel te verbranden.