Pfff ik plof even neer. Ik heb net - zo huppakee - 40 minuten hard gelopen. En lekker! Wauw. Het gelukshormoon suist door mijn lijf. Het gezeik van ik heb geen zin, ik wil niet, ik vind er niets aan, bonk, bonk, bonk, met die zware gympen op de keien is weg uit mijn hoofd.

Vorige week rende ik nog hijgend en mopperend amper twintig minuten. Ik kreeg dat gezeik geen seconde uit mijn hoofd. Terwijl ooit (jaaaa ooit - in de tijd dat er hier nog geen kinderen rondliepen) rende ik marathons (New York 2002 en Rotterdam 2004), en vond dat prima te doen.

Ik ren nu omdat ik moet. Omdat ik me heb laten overhalen om met zes vriendinnen mee te doen aan de meidenloop in Utrecht, eind juni lekker voldaan een terrasje pakken na afloop, weet je wel.
Het kan me niets schelen als ik als laatste over de streep kom, maar ik wil niet dat ik dat huilend van de ellende doe. Dat gebeurde me ooit eens, vier maanden na een keizersnede en in een borstvoeding-bh bleek een 5 km-loopje toch iets te ambitieus.

Ik heb daarna gezworen nooit meer hard te lopen. Want behalve dat gehuil aan de finish, kreeg ik van al dat lopen een krakende knie en ingevallen wangen. (en bleek ook nog eens dat die tig verzamelde medailles helemaal niet mooi in een kerstboom hangen)

Maar goed. Ik ben dus om. Vanwege dat terrasje. Zonder Evy trainingsmaatje, zonder Runnersworld magazine, en zelfs zonder mijn i-pod met veel Queen en George Michael en als afsluiting in de Hardlopen-playlist natuurlijk Eye of the Tiger. Ja, zo voel ik me nu een beetje, als Rocky, zoals hieronder:

KoornmarktAan de Koornmarkt in Delft staat een oud bierhandelaarspand. Het was ooit mijn studentenhuis.
Mijn huisgenoten studeerden allemaal aan de Technische Universiteit, vol van verwachtingen en dromen over prachtige bouwsels en slimme uitvindingen. Ik heb in die paar jaar in dat huis nog nooit zoveel koffie, speculaas en macaroni met smac naar binnen gewerkt, terwijl de mooiste ideeën over tafel vlogen.

We zijn elkaar een beetje uit het echte oog verloren, maar social media blijkt onze redding te zijn. Elke keer ben ik weer verrast door een statusupdate van deze keurig op tijd afgestudeerde ingenieurs.

Net ontdekte ik op Linkedin dat de werktuigbouwstudent, de jongste van ons allemaal, zijn titel aan de wilgen heeft gehangen en snowboardinstructeur geworden is.

Het stilste meisje in huis - technische bestuurskunde - werd een high socialite in de UK, die nu haar dagen doorbrengt met aan cocktails nippen, polo spelen (dat met paarden ja) en daar foto's van op Facebook zet.

De blonde productontwerper uit Colombia keerde terug naar zijn geboorteland - want die Nederlandse meisje zijn zo saai en het is hier veel te koud - en werd leraar aan een kunstacademie. Op Instagram zet hij de meest geweldige foto's voor me klaar.

De civiele ingenieur - een rasamsterdammer - werd professioneel tangodanser - wow. Op Facebook nodigt hij me steeds weer uit voor een dans. Binnenkort ga ik.

En het meisje met de langste benen ter wereld, die eigenlijk gebouwen moest ontwerpen, schrijft en dicht en vertelt over gebouwen, en combineert daarmee al haar liefdes in een.

De Lineaire Algebra en Mechanica college's zijn wat weggezakt bij mijn huisgenoten, maar ze hebben allemaal iets gevonden waar ze dolgelukkig van zijn geworden. En ik word dan weer heel blij van hun statusupdates.

Dus dat ben ik geworden: gelukkig.

En jij? Ben jij geworden waar je opleiding je op voorbereid heeft?
Een oud grapje is aan een revival bezig, hier in huis.
Schrijf iets op een post-it en plak het - zonder dat diegene het door heeft! - op iemands rug.
Lachen joh.
En dan nog eens plakken en nog eens, net zolang totdat het gele briefje op de grond neer dwarrelt. Waar het een eeuwigheid blijft liggen.

Scenes from a post-it-joke:

post it


post it

post it

post it

post it

Stroopwaffel, schreef mijn lief.
Een schrijffoutje.
Maar ik vond het wel een mooi woord.

Stroopwaffel
als in:
zoet
warm
plakkerig
lekker
kussen

Stroopwaffel.

(Ik bewaar hem in mijn lijstje mooie woorden, net als wereldbodem.)
Sommige mensen zijn aan de drugs. Ik ben aan de research. Net zo verslavend.
Want elke keer als ik een mysterie uit het verleden ontrafeld heb, komen er weer tientallen nieuwe vragen naar boven.
Ik duik archieven in en beleef intense contacten met Heemkundekringen, bidprentjes-dealers en genealogie-fanatici. En dat alles om de levenswandel van mijn (over)grootouders in kaart te brengen. In eerste instantie op verzoek van mijn vader. Maar nu de verslaving heeft toegeslagen ook voor mezelf.

Feit: bidprentjes-dealers, archiefmedewerkers en genealogie-fanatici zijn de meest vriendelijke, behulpzame burgers van Nederland. Ik zou ze allemaal kunnen voordragen voor een lintje.

Soms doe ik superontdekkingen: vorige week probeerde ik een telefoonnummer uit een adressenboekje uit 1978. De dame in kwestie - 86 jaar - woonde er nog steeds, en vertelde me in Zeeuws dialect haar dierbaarste herinnering aan mijn oma, die 80 jaar geleden voor haar had gezorgd. Rode oren had ik. Een cadeautje.

Ik ontdekte dat mijn overgrootmoeder een rasfeministe was. In 1901 verliet ze - zwanger en met drie kinderen - haar man en duwde er een echtscheiding doorheen, om een winkeltje te beginnen in fournituren.
En dat ik stoere grootouders had, die de stap durfden te nemen om vanuit Zeeland naar de nieuwe polder te verhuizen, de Wieringermeer, een ware emigratie naar kaal land.
En ik weet nu hoe ik - als achterkleinkind van een bastaardzoon - eigenlijk had moeten heten. Al hou ik het liever op Rijk.

Elke dag - als het even kan - sluip ik naar mijn schrijfhok. Daar blader ik door stoffige boeken die een antiquariaat voor me wist te traceren en lees ik over wachtmeesters, superboeren en pioniers, over mijn familie, en schrijf het op. Een ontdekkingstocht is het. Een verslaving. En ik kan pas afkicken als het verhaal af is.

Geloof me. Het is de beste drug ever.
Sinds een week ben ik lid van het UWV. Ik heb mijn leaseauto ingeleverd, een OV-kaart aangeschaft en de iPad 'van de zaak' uit de handen van mijn kinderen gegrist en aan mijn ex-werkgever teruggegeven.
Van het UWV kreeg ik een online werkmap waarin alle rechten en plichten die bij een uitkering horen netjes staan opgesomd. Ik heb de training 'solliciteren' doorlopen, mijn cv ge-upload en mijn relevante sollicitatieactiviteiten ingevuld. Een mooi geautomatiseerd systeem hoor, mijn online werkmap.

werkmap

Mijn werkmap vraagt me niet: Wat wil je eigenlijk (met de rest van je leven)?
Dat snap ik wel. Ik verwacht ook geen toegespitste midlifecrisis-therapie vanuit het UWV. Ik hóór een baan te hebben: ik heb een goede opleiding gehad op kosten van de staat, ik ben gezond en best snugger, dus dan moet je niet zeuren maar gewoon aan de bak. (en daarbij hou ik heel erg van suffe kantoorhumor, zompige slagroomtaart en een kroket bij de lunch, en waar krijg je dat allemaal? juist)

Maar vandaag vroeg iemand het zomaar aan me: Wat wil je nou eigenlijk?
Mijn antwoord was er meteen: 'schrijven.'

Schrijven, schrijven, schrijven.
Ik wil associëren en visualiseren en beelden scheppen, ik wil woorden breien tot prachtige zinnen en ik wil een verhaal vertellen, een verhaal dat de lezer boeit.

'Maar ja,' zei ik ook, 'met schrijven verdien je geen droog brood. Dan kan de hypotheek het wel shaken en sus ik nooit mijn studieschuldgevoel naar de staat toe.'
(en in mijn achterhoofd klonk steeds dat stemmetje van Calimero: 'en dat is niet eerlijk')

Calimero

Ik wik en weeg, ik dub en dub, ik schrijf en solliciteer en solliciteer en schrijf. En dat leidt dan weer tot een spannend verhaal over een sollicitatiegesprek en hele sterke sollicitatiebrieven. Hoop ik.
Of niet.

De handtekening van een schrijver maakt een boek nog waardevoller - voor mij. Een stukje uit mijn verzameling:

Van mijn schrijfjuf Truska Bast

Van een leuke debutant: Donald Nolet - Versleuteld.

Rechttoe-rechtaan - van mijn vader gekregen.

Het debuut van nicht Maaike.
Deze maand komt haar 2e boek uit (en ben ik niet ziek).

Collega Connie Palmen

Collegastudent Johan Bordewijk - inderdaad familie van.
De boekpresentaties van onze debuten waren op precies dezelfde dag.