Ik vroeg mijn moeder om een kookboek, maar kreeg HET BOEK VOOR MOEDER EN DOCHTER: volledig onderricht in alles wat eene vrouw, als huishoudster en moeder, dient te weten. Mijn moeder had het ooit van haar moeder gekregen.

het boek voor moeder en dochter

Auteur: een R.K. Priester (geen naam), publicatiedatum 1906-1923, oplage: 74.000

Ik citeer uit het hoofdstuk Kookkunst:
Konijnensoep
De konijnen goed schoonmaken en een nacht in 't water zetten. Dan aan stukjes snijden en op gewone wijze bouillon van trekken.

Uit het hoofdstuk Geestelijke opvoeding van het Kind:
In het kinderhart sluimert de drang naar het kwaad, daar liggen de kiemen tot velerlei zonden en ondeugden. Welnu, dat kwaad, als het onkruid op een vruchtbaren akker, moet uitgeroeid worden!

Over Zindelijkheid:
Wil de vrouw haren man na volbrachten arbeid thuis houden, wil zij hem afhouden van den drank, dan zorge zij dat hare woning kraakzindelijk en daardoor aantrekkelijk zij.

Uit het boek viel een kaart, geadresseerd aan mijn oma. Er stond 'Hartelijk gefeliciteerd' op met daaronder de namen van haar nichtjes. De kaart was verstuurd vlak voor haar trouwdag en toont een vrouw die - voor die tijd - eerder zinnelijk dan zindelijk oogt.

zinnelijk

Dit boek moet een grapje geweest zijn. Om mijn oma te plagen met haar aankomende burgerlijke stand. Ik heb mijn moeder of haar moeder ook nooit konijnensoep zien maken of met wantrouwen naar mijn kinderhart zien staren. Gewoon een grapje van de nichtjes.
Ik hoop het. Want zenuwachtig word ik er wel van; bij het zitten mag men niet de beenen over elkaar leggen of ze rusteloos heen en weer bewegen (ik kan helemaal niet anders). Een verstandige vrouw heeft een kist voor beenderen (iiieh!). Koop geen zaken, die gij niet noodig hebt (oh oh).

Hoogste tijd om HET BOEK door te geven.

Een geluk dat mijn dochter over twee weken jarig is.
Ik schreef een brief aan de Volkskrant - en heb hem inmiddels verstuurd.

zeikwijf

‘Zeikwijf’ staat er op de borden die de kinderen ophouden. Nou inderdaad. Met grote ergernis heb ik het artikel in de Volkskrant Magazine van 22 maart gelezen. Amper nuanceringen, alleen maar ja-knikkers op een lange klaagzang over het hebben van kinderen. Het maakte me zo boos dat ik nu een ingezonden brief zit te typen.

Kinderen maken niet gelukkig. Nee, hoezo? Kreeg je dan kinderen om gelukkig te worden?

Ja, ik heb zelf kinderen – 3, 6 en 8 jaar oud. Ja, een lege koelkast en zeurende kleuters is een lastige combinatie. Ja, een heleboel films zijn verdwenen uit de bios voordat ik een oppas geregeld heb. Ja, ik mis de wandelvakanties en het ‘lekker doen waar ik zin in heb’. Ja, ja, ja. Maar om daar over te zeiken, te zielenpieten, te zeggen dat kinderen lastig zijn? Om daar een artikel aan te besteden in een journalistiek blad?

Er zijn echt ergere dingen op de wereld. 

Dus tel je zegeningen, beste ouders, en hou alsjeblieft op met zeiken. En lieve Volkskrant, laat me nooit meer zo'n artikel lezen in die enige vrije minuut die ik mezelf op zaterdag kan toe-eigenen.
Er moet een verjaardagsfeest komen. Dat feest moet het gaafste mooiste leukste feest ooit worden. Mijn bijna 9-jarige controlfreak is al vier maanden bezig met haar verjaardag.

Haar verwachtingen zijn hemelshoog:
Chocoladetaart met zilveren balletjes
en discobowlen
en zwemmen
en pannenkoeken
en echt GEEN speurtocht van papa
en dat dan alle vriendinnen mogen blijven slapen.

Eén tegenstribbeling 'nou nou, papa maakt best leuke speurtochten' en het is drama. Dikke tranen, verwijten, deuren die worden dichtgeslagen. De kleine perfectioniste heeft stress.
Ik snap dat wel.
Ik zou het ook hebben.
Dus ik sus en sus. Ik bel met het discobowlen en het zwemmen. Ik praat de speurtocht uit het hoofd van haar vader. Ik koop alvast een pak chocoladetaart van dr Oetker. En ik probeer haar verwachtingen naar normale proporties te brengen.
Over haar verlanglijstje: 'je weet dat je niet alles wat op je lijstje staat krijgt hè?'
Over het logeren: 'dat doen we dan een andere keer.'
Over het aantal uitnodigingen: 'even kijken hoeveel er in de auto passen.'

En dan breekt alsnog complete paniek uit.
'ZE PASSEN NOOIT MET Z'N ALLEN IN DE AUTO!!'
Oef.
Uhm.
Tsja.
Ik weet het ook even niet meer.

De man van de afgewezen speurtocht weet het wel. Hij hoort het allemaal aan en mompelt: 'Komt allemaal goed.'
Dus nu liggen moeder en dochter lekker chill op de bank. Zijn speurtochten zijn stom, maar als hij zegt dat het goed komt dan is dat zo.

verlanglijstje
Een zeer kort familieverhaal, of: hoe mijn opa mijn oma versierde (uiteindelijk).

‘Kees, je moet een vrouw.’ Er ging geen dag voorbij dat ze dat niet zeiden, en hij niet reageerde met: ‘Ja, maar ja.’ Want waar haalde hij nou een vrouw vandaan? Er moest gewerkt worden. Het land kon niet zonder hem. Zijn enige uitspatting was het koor, en daar zat geen meid van zijn gading.
Maar nu was hij toch onderweg. Bert had gezegd dat ze bij Lodiers nog drie meiden hadden, zonder verloofde. Dus daar liep hij, zomaar op vrijdagmiddag, de lange slingerdijk af.
Een keurige boerderij met een schone stoep. Hij liep het erf op. Zou hij achterom gaan? Of was dat te vrijpostig? De voordeur ging open. Iemand had hem opgemerkt.
‘Wat moet je?’ Een man met woeste haren en een dik oog stond voor hem.
Kees tikte tegen zijn pet. ‘Kennismaken met u zusters.’
‘Die zijn boven je stand.’ De man deed een stap naar voren. Te dichtbij. ‘Opdonderen.’
Kees knikte: ‘Een andere keer.’
Uit het huis kwam een vrouwenstem: ‘Op zijn bakkes!’
Het duurde even voordat Kees door had wat er was gebeurd. Hij had nog nooit een klap gehad, nog nooit ruzie, en nu gloeide zijn kaak alsof hij vreselijke kiespijn had. Hij kwam overeind en klopte het stof van zijn kleding. De deur van de boerderij was dicht.
Volgende week maar weer proberen. 


getrouwd


Dit verhaal kreeg een nominatie de verhalenwedstrijd 'Korte familieverhalen' van AFDH uitgevers en Tubantia.
Vier wortels
Want je bent vier
Wel waar
Vier

Zit nou stil
Elk kind
lust wortels
Ellebogen
van tafel
Nu

Rundervink
Wat?
Niet waar
Niet zeuren
Eten
Hup

In het kader van grenzen verleggen en uit je comfortzone treden en je moet alles een keer geprobeerd hebben liftte ik op mijn 16e door Frankrijk (hoe naïef), zong ik op mijn 20e in een rockband (hoe vals) en rende ik op mijn 29e de marathon van New York (hoe pijnlijk).

Maar zo rond mijn 30e veranderde dat. Ik werd voor-zich-tig.
Kwam het door mijn verloofde? Het moederschap? De leeftijd?

Ik weigerde te springen van het bungyplatform, ik voelde me diep ongelukkig in een metrostation rond de avonduren en als ik een presentatie moest houden oefende ik eerst 30 keer en durfde dan alleen na een triple espresso met extra suiker.

Totdat ik het schrijversmantra ontdekt:
Alles Is Research.
Alles Is Research.
Alles Is Research.

Ik denk nu bij nieuwe dingen die ik doe 'ook al loopt alles helemaal in de soep, dan heb ik nog steeds wel een goed verhaal'. En het werkt: afgelopen woensdag vertrok ik weer eens uit mijn comfortzone, dit keer naar de bergen, om kou en mist te weerstaan en van een berg af te roetsjen. Ik ben teruggekomen met rauwe schenen, een verbrandde kaaklijn, vreselijke spierpijn, een heerlijke overwinningsroes én een zak vol inspiratie voor een nieuw verhaal.

Geloof me: Alles Is Research.

ski
Er zijn tweelingboeken, of eigenlijk tweelingomslagen.
Omslagen die veel op elkaar lijken: omdat er grafisch gezien iets 'in' is, omdat er per ongeluk uit dezelfde stockfotobak geput wordt, of omdat de uitgever bewust kiest om een boek op een ander (lees: bestseller) te laten lijken.

Op zaterdag besteedt de Volkskrant in het boekenkatern dikwijls aandacht aan gelijkende omslagen.
En elke dag zet bookalikes tweelingboeken (of drieling, vierling, octopus etc) online.
Vermakelijk. Intrigerend.

Totdat het jouw boek overkomt: Maria Rijk vs Hakan Nesser. Dan is het vooral verwarrend. En balen.

gele jurk

Cathelijne, de dame achter bookalikes, vertelde me dat een niet-unieke-omslag de beste auteurs parten speelt, en stelde me gerust met dit drieling-voorbeeld.
Dus nu ben ik toch ook een soort van trots, als Kafka en WF Hermans het overkomt kan ik er vast ook mee leven.
(en trouwens: mijn boek was eerst, Hakan!)
Met mijn voeten op de wereldbodem, schreef ik, en keek nog eens naar de zin.

Wat een raar woord eigenlijk: wereldbodem.
De wereld heeft helemaal geen bodem. Een binnenste, ja, een omtrek, ja, heuvels, zeeën, vulkanen, ja. Maar geen bodem. En al die tijd dat ik naar dat woord keek dacht ik aan pizza. Ook rond, ook een bodem.

Goed. Het duurde even en toen vatte ik mijn fout.
Wereldbol.
Dat bedoelde ik.

Met mijn voeten op de wereldbol.
Het was nog steeds een rare zin. Inhoudelijk gezien dan: wie staat er nou op een bol? Ja, een circusartiest misschien, maar die bedoelde ik helemaal niet met mijn voeten.
Eigenlijk stond wereldbodem veel mooier.

Wereldbodem
Hoe kwam dat woord in mijn hoofd?
Een toevallige contaminatie?
Een gevalletje dyslexie?
Of de basis voor een poëtisch stuk?

Ik hoop het laatste.
Wereldbodem.