Denk je erover om in 2015 je boek zelf uit te geven?

Goed plan!

Gaaf!

Je bent een held!

OK & nu ter overweging - ik deed het in 2014 - enkele tips.

1. Wees stressbestendig.
Je maakt namelijk een carrièresprong van schrijver naar schrijver-opmaker-redacteur-vormgever-uitgever-marketeer. Alles wat besloten moet worden, en ook uitgevoerd moet worden, komt op jouw schouders terecht. Dat is heel gaaf, maar ook een gevalletje heel veel werk. Blijf ademen. Dat is - uiteindelijk - het belangrijkste.

2. Zorg voor tijd.
Veel tijd. Vanwege dat vele werk, maar ook vanwege de doorlooptijd. Een reguliere uitgever heeft een catalogus en plant de uitgave van haar boeken volgens de verschijningsdata daarvan. Jij kunt veel sneller je boek in de markt hebben - als alles goed gaat -, maar omdat het de eerste keer is dat je een boek uitgeeft gaat ongetwijfeld niet alles in een keer goed.
Van Blauwdruk had ik bijvoorbeeld 3 proefexemplaren nodig voordat ik helemaal tevreden was.

3. Lees en leer.
Volg het forum op schrijvenonline.org en lees hoofdstuk 13 van Handboek voor schrijvers van Maaike Molhuysen. Leer van ervaringen van diegene die je voorgingen door op twitter en facebook andere zelfuitgevers te volgen en lijstjes als dit (en ook hetboekenschap.nl, boekschrijven.nl, daretoo.nl) door te spitten.

4. Promoot promoot promoot.
Zeg Ja tegen alles als het om promotie van je boek gaat. Benader de plaatselijke boekhandels, kranten en bibliotheken, laat je interviewen door de basisschool in je wijk, ga op zoek naar leesclubs en stel je voor aan Facebook-groepen en Bloggers die jouw genre waarderen. Natuurlijk zorg je voor een geweldig persbericht dat je naar alle relevante media stuurt en bel je dat ex-vriendje van twintig jaar geleden dat journalist/radiopresentator is geworden.
& verder zeg je Ja Ja Ja tegen elk initiatief dat je wordt aangeboden.

5. Zie het als een groot avontuur.
Maak je geen illusies. Er zijn succesverhalen over zelfuitgegeven boeken, de Sonja Bakkers, maar het zijn er niet veel. Het kan wel. Stel realistische doelen, doe je best, ga ervoor en droom. Maar bovenal geniet van dit avontuur, want oh, (zie tip 6...)

6. Wees trots. 
Het grote verschil tov het uitgeven via een reguliere uitgever is dat je alles zelf kunt controleren en overzien. Je kunt zelf bepalen hoe je boek eruit komt te zien, wat de titel is, hoeveel pagina's het telt en wat de prijs wordt. Je weet precies naar wie je een recensie-exemplaar hebt gestuurd, en van wie je dus een recensie kunt verwachten. Je weet ook precies hoeveel boeken je verkoopt.
Je hebt alles zelf gedaan; die carrièresprong, die tijdsinvestering, die keuzestress. Bikkel!
& je gaat zoveel gave reacties krijgen - zoveel dat je denkt: het was het waard. Zeker weten. Wees trots. Het is echt supermegavetgaaf dat je dit durft.

Blauwdruk Maria Rijk

Onderstaand kerstverhaal verscheen in De Kaap van 24 dec 2014.

Geen witte kerst dit jaar, geen gladde stoep, geen kans op uitglijden. Niet dat het meneer Brok iets uitmaakt. Hij was toch al niet van plan om naar buiten te gaan deze dagen. Kristel mag niet weten dat hij ‘kluizenaart’, zoals ze dat noemt. Ze zou zich zorgen maken, zo erg dat ze haar vakantie af zou zeggen om hem te vergezellen. Hij heeft zijn dochter en haar gezin met klem een fijne wintersport gewenst, alle betuttelende vragen weggewuifd en nog eens gezegd dat hij echt niet mee wilde. Hoe zou hij zich moeten voortbewegen door die witte deken? Hij moet er niet aan denken.

Het is stil in huis. Sinds Marie er niet meer is ruikt het binnen niet meer naar dennennaalden en kaarslicht op de donkerste dagen van het jaar. Hij rilt. De verwarming is nog niet aangeslagen. Meneer Brok loopt naar de kapstok om zijn vest te pakken, en dan ziet hij het. Er zit een onbekende schim achter de glazen voordeur, op het randje langs de schutting. Zwart-wit en zo’n twintig centimeter hoog. Het beweegt. Meneer Brok stapt naar de deur. Kunnen de overburen hem zien? Hij wil nieuwsgierige blikken vermijden en al helemaal ogen vol medelijden; een man alleen thuis met kerst. Hij bukt voor het glas van de voordeur en dan ziet hij het: een konijn.

Meneer Brok opent de deur en knielt om het dier te bekijken. Het konijn heeft een zwart-witte vacht, donkere ogen en nieuwsgierige oren. Zijn neus beweegt opgewonden. Meneer Brok legt zijn hand op de zachte haren, een korte rilling schiet onder zijn handpalm, maar het beest blijft rustig zitten, tam. Meneer Brok staat op en loert om zich heen. Wordt er een grap met hem uitgehaald? Hij tuurt links en rechts de weg af. Niets. Niemand. Dan draait hij zich om naar de voordeur. Het konijn probeert over de drempel heen te komen. Zijn voorpoten steunen op de mat, maar de verhoging is een te grote barrière voor het achterlijf. Het konijn spartelt hulpeloos. Meneer Brok geeft het dier een zetje, de gang in.

Konijn

Het konijn zit in een doos op de eettafel. Meneer Brok volgt de voorzichtige bewegingen van het dier. Hij heeft de politie gebeld en werd doorverwezen naar het asiel. Daar noteerden ze zijn naam en zeiden ze dat ze geen konijnen konden opnemen. Ze zaten vol. Of hij niet een paar dagen voor het beest kon zorgen. Dat wilde hij niet. Maar ze bleven aandringen. Het kon nooit voor lang zijn. De eigenaar was vast iemand in de buurt en op zoek naar zijn verloren huisdier.

Meneer Brok kent niemand in de buurt met een konijn. Hij is niet van plan langs de deuren te gaan om te vragen of iemand een konijn mist, dat leidt alleen maar tot nietszeggende gesprekken en zicht op andermans kerstgezelligheid. Straks nodigt iemand hem nog uit. Hij zucht. Hoe komt hij van dat beest af? Hij zou de doos bij iemand anders voor de deur kunnen zetten. Nee. Een te grote kans om betrapt te worden. Of hij brengt het konijn naar het bos. Een tam konijn in het bos. Meneer Brok schudt zijn hoofd. Dat zou het beest niet overleven.

Ineens moet hij grinniken. Een konijn met kerst. Marie heeft het vaak genoeg voor hem klaargemaakt, met bosbessensaus en aardappelpuree. Eigenlijk was het vlees hem iets te droog, maar Marie hield van tradities. Kristel weigerde het stuk konijn op haar bord. Elk jaar begon het kerstdiner met een discussie over ‘dat lieve beest dat zo gruwelijk afgeschoten was’, en elk jaar zong hij dan ‘Flappie’ van Youp van ‘t Hek, en elk jaar moest Marie dan huilen van het lachen en sloeg Kristel haar blik naar het plafond om pas bij te draaien als de zelfgemaakte rabarber op tafel kwam. Heerlijke kerstdagen waren het. Tot drie jaar geleden. Toen lag Marie op een bed in de woonkamer en at ze niets meer. Huilde ze niet, lachte ze niet.

Hij kan niets anders doen dan wat het asiel heeft voorgesteld: wachten en zorgen. Water en wat groen hebben ze gezegd. Het dier zit in een hoek van de doos, opgerold als een bolletje wol. Meneer Brok loopt de tuin in en plukt koud gras en slap onkruid. Binnen vult hij een bakje met water en zet het in de doos. Hij tilt het konijn op, het stribbelt tegen, een nagel krast in zijn duim, en hij zet het beest snel weer neer. Meneer Brok aait voorzichtig de zachte vacht net zo lang tot de hartslag onder zijn hand rustiger wordt.

De rest van de dag zit hij voor het raam. De lampjes in de kerstboom van de overburen branden. In het huis ernaast glimt een rendier op het dak. Mensen wandelen voorbij; twee vrouwen houden elkaars hand vast, een vader draagt een kind op zijn nek, een meisje huppelt met haar hond. Gezichten die lachen. Meneer Brok zet de televisie aan en weer uit. Hij kijkt in de doos. En nog eens. Dan tilt hij het konijn op zijn schoot en aait het, warm en zacht. Ineens begint hij te praten. Hij is verrast over zijn eigen stem in de stille kamer. Meneer Brok vertelt het konijn over Marie. Over hoe lief ze was. Lief en mooi.

Als het donker wordt schuift hij de lasagne die Kristel voor hem heeft klaargemaakt in de magnetron. Het konijn schuifelt in de doos, de kleine nagels krabbelen over het karton. Meneer Brok pakt een wortel uit de koelkast en snijdt die in kleine stukjes. Hij gaat aan tafel zitten met het bord lasagne en vouwt een wit servet onder zijn boord. De doos staat naast hem op de grond. Op de bodem zet hij het schoteltje met de stukjes wortel. Toch een konijn aan tafel met kerst. Hij proest en aait het beest. Dit is geen toeval. Dit heeft Marie geregeld.

Meneer Brok weet wat hem te doen staat. De volgende ochtend belt hij het asiel. Hij kucht en zegt dat het konijn zijn baas heeft gevonden. Dan zoekt hij op internet naar informatie over de verzorging van konijnen. Eigenlijk is het heel gemakkelijk. Een hok kan hij bij de Snuffelschuur halen, stro bij de boer. Een naam. Hij tilt het konijn op en legt hem op zijn schoot. Balthasar. Ja. Hij zal zich over dit beest ontfermen, over Balthasar. Niet alleen met kerst, maar voor altijd.

Zo'n beetje eens in de twee weken word ik intens gelukkig verrast door de post. Soms van een toffe archivaris, soms van een lief familielid. De post is een puzzelstukje, elke keer weer, dat gelegd kan worden in het totale levensverhaal van mijn grootouders. Intens gelukkig, echt, ik word er zó blij van. Zo was daar al Marietjehet boek, de anekdote en het vonnis, en een prachtig fotoalbum uit 1920 met dames met poffers en kinderen in matrozenpakjes.

Fotoalbum

Afgelopen week bracht de postbode de doos, zoals mijn oom het gevaarte noemt dat hij op zolder heeft gevonden, met schoolschriftjes uit 1915 en een heleboel andere mooie schatten. Een paar moeten - echt, het moet - in de schijnwerpers.

Getuigschrift
Zoals het eervol getuigschrift van mijn grootvader voor het getrouw bijwonen van de cursus Paardenkennis in 1913/1914. (nu weet ik eindelijk waar hij die winter uithing)

Oude boeken
Rust Roest (1910) met alles - echt alles! - over bemesting, en Het Voorrecht der Kinderen (1911) over de voorbereiding op de Heilige Communie - best pittig.

Oude boeken
Schreef ik al eens over Het boek voor moeders en dochters, dit is de variant voor 'onze jonge mannen' waarin middelen tot de kuischheid zijn omschreven: 
1. STA VAST!
2. WEES MOEDIG!
3. WEES ARBEIDZAAM!
(nou daar ga ik zeker nog een blogje over schrijven)

Oude boeken
Het boek Paardenkennis had Wachtmeester Rijk zeker weten de hele dag in zijn binnenzak tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

Oude boeken
En tot slot: de grootste schat. Een wiskundeboek uit 1872! Wow. Ik heb nog nooit zoiets ouds vast mogen houden, laat staan doorbladeren. 250 rekensommen, o.a.:
Tussen twee steden A en B, die juist 24 uur van elkander liggen, varen op een maandag 's middags om 4 uur twee stoomboten te gelijk af; de een van A naar B, de ander van B naar A. De eerste legt 6 uur in 2,75 uur af en de tweede 6 uur in 2,5 uur af. Zoo zij nu telkens in de steden A en B 12 uur stil liggen, vraagt men, wanneer zij voor het eerst te gelijk in B zullen aankomen?
Mooi toch: een som van 142 jaar oud.
(en de uitkomst staat achterin: Nooit)
Ben jij al verankerd?

Vanochtend las ik een interview met Anna Enquist in Schrijven Magazine. Op de vraag: is het gezond voor een schrijver om er een ander vak naast te hebben, zei ze: Oja zeker! Het is goed om verankerd te zijn.

Ik zat in de sprinter van 7.43, keek op en dacht: of die baan waar ik naartoe ga me nou zo verankerd weet ik nog niet, maar mijn tochtjes in de trein in de spits doen dat zeker wel. 

Op dat moment voelde ik een denkbeeldig anker onder mijn stoel in de bodem van de trein slaan. 

Al die keren dat ik op een tochtig perron stond te turen naar het verdwijnpunt van de rails aan de horizon en uit de luidspreker een vriendelijk stem klonk: *Ding dong, dames en heren, de trein naar uw werk .... (is uitgevallen/onmenselijk verlaat/heeft een nog onduidelijk mankement)* vielen eigenlijk best mee. Ik stond nooit alleen op het perron. Er waren altijd een paar medemensen die samen met me stonden kou te lijden en te balen.


Elke dag - als dat witblauwe ijzeren monster eindelijk aan komt zetten - zoeven schuifdeuren open en heet de maatschappij 'de forenzentrein' me hartelijk welkom. Warm en gemoedelijk is het. De scholier met de te dikke rugzak, de zakenman met zijn laptop op schoot, twee zussen op weg naar de huishoudbeurs, de conservatoriumstudent met de contrabas en de rest van de veestapel - want zo voelt het met z'n allen in een bomvolle coupé - met een smartphone of krant in de hand.

Ik keek vanochtend om me heen en voelde me onderdeel van de treinmaatschappij. De conducteur kwam glimlachend langs, een jongen stond op voor een oude dame, er klonk gehoest, een rinkelende telefoon en het meisje naast me zei dat ik leuke schoenen aan had.

Zo zat ik me een beetje verankerd te voelen, tot de eindbestemming om werd geroepen. Mijn anker schoot los uit de bodem van de trein en ik kwam langzaam overeind. De veestapel schuifelde uit een overvolle trein naar een overvol perron, en verder naar een overvolle roltrap. In de stationshal dijde de maatschappij uiteen, anoniem, om rond het middaguur weer samen te drommen voor de sprinter naar huis.

Doe je taakje en in de tijd die overblijft kun je schrijven, las ik op de terugweg in het interview met Anna Enquist.

Bij deze.

Een goed interview is als een 'krijg zicht op jezelf'-therapie.

Ja, deze stelling klinkt misschien een beetje raar, maar toch is het zo. Ik zal het uitleggen:

Afgelopen week stelde Vrouwenthrillers.nl een aantal vragen over het schrijven van Blauwdruk. Ik zei:

Ik heb tijdens het schrijven tegenlezers nodig. Om me scherp te houden qua verhaal, maar ook om het schrijven minder eenzaam te maken. 

Terwijl ik dit antwoord formuleerde begon een peertje boven mijn hoofd te branden. Aha. Zo is het!

Lampje

Ik kan mezelf niet tragisch romantisch opsluiten in een klooster om aan mijn meesterwerk te schrijven. Ik heb anderen nodig. Interactie enzo. Feedback weetjewel.

Dieptepunt schreef ik bij Scriptplus in een klas vol medeschrijvers.

#Boek3 krijg ik niet op papier zonder dat ik de 'overlevering' en toffe archivarissen lastig val.

Sinds kort heb ik een heus samenwerkcontract met uniekspel.nl om gave moorddiners en andere spellen te maken, en komende maand wordt het korte verhaal Koffie verkeerd, dat ik samen met Sylvia Groener schreef, gepubliceerd in de bundel Koffietafel.

Zo dus.

Ik heb samenspel nodig.

Essentieel om te kunnen schrijven.

Nooit meer eenzaam ploeteren.

Dus.
Stelling bewezen: Een goed interview is als een 'krijg zicht op jezelf'-therapie.

& nu ga ik lekker in mijn eentje de krant lezen.
Afgelopen zaterdag was de boekpresentatie van Blauwdruk. Ik wilde daar een hele gave plog over maken, met foto's van vrolijke lezers en een gelukkige schrijver.

Maar zoals het een opgewonden en opgelaten schrijver op zijn eigen boekpresentatie betaamt, was ik vergeten een fotograaf te regelen...

Zucht.

Daarom iets anders als sfeerimpressie: de top 3 van meest gestelde vragen aan mij op mijn boekpresentatie - als lezer aan schrijver -, een zgn. toplog.

Komtie.

1. Waar haal je in hemelsnaam zo'n eng verhaal vandaan? (lezer kijkt met scheef hoofd naar de schrijver en fluistert) Ik hoop dat alles goed met je gaat.

2. En wanneer kom je in DWDD? (lezer lacht hard en graait naar een nieuw glas prosecco) Proost hè.

3. Zitten er weer van die autobiografische stukjes in? (lezer pakt schrijver bij beide schouders en kijkt haar indringend aan) En nou niet zeggen dat dat bij het vorige boek ook niet zo was. Wij weten wel beter.

Ik weet niet meer welke lezers welke vragen stelden. Ik weet ook niet meer wat ik - de schrijver - antwoordde. Ik weet nog wel dat ie-de-reen het een hele mooie omslag vond en dat ie-de-reen zin had om het te lezen en dat ie-de-reen wilde proosten en dat ie-de-reen het heel gezellig vond.

Ik ook.

& op de afterparty kwam er een plan op tafel om de pijn van de gemiste foto's te verzachten: ie-de-reen regelt een foto van zichzelf met Blauwdruk.

Tof hè.

En kijk: de eerste is daar. Wie volgt?

Blauwdruk lezen
Even iets heel anders op dit blog.

Ik schrijf - midden in de lancering van Blauwdruk - trouw verder aan #boek3. En daar worstel ik met het volgende vraagstuk:

Het is 1914 - en de eerste wereldoorlog is daar. Nederland wil neutraal blijven en mobiliseert op 31 juli 1914 de strijdkrachten. In totaal worden 203.000 soldaten opgeroepen. Zij bewaken de grenzen en vluchtelingenkampen, handhaven de openbare orde en brengen wegversperringen aan. 

In Zeeland is er een boer met twee zonen: Jan van 20 en Kees van 18. Ik weet dat Kees de hele oorlog in dienst is geweest, maar ik weet niets over Jan.

Mijn vraag: is het waarschijnlijk dat een boer zijn beide - en enige - zonen 4 jaar lang kwijt was aan de mobilisatie?

Ik vermoed namelijk dat de boer in kwestie heeft geprobeerd om zijn oudste zoon bij zich te houden, als werkkracht op de boerderij. Als hij beide zonen 4 jaar lang kwijt was, moest hij voor twee man vervanging zoeken. Een dure kwestie.

Kon een boer een zoon vrij laten stellen van dienstplicht vanwege bovenstaande?

Alle informatie is zeer welkom!

& alvast heel veel dank.

dienstplichtigen eerste wereldoorlog
Derde van rechts - de man met zijn armen over elkaar voor de stenen muur - is Kees

Geen UWV Werkmap meer voor mij. Morgen is mijn eerste werkdag.

@Tussenjouenmij vroeg me of deze nieuwe baan naar mijn zin was of ingegeven door de malle molen. Dat was echt een hele goede vraag.

Malle molen

Want vrij zijn - zo heb ik het afgelopen jaar ontdekt - is helemaal niet echt vrij zijn. Niet van 'lekker lanterfanten', 'uitslapen' of 'we zien wel wat de dag brengt'. Vrij zijn - werkloos zijn - is een malle molen.

De bedoeling was, heel terecht - want ik zat op de WW-zak te teren -, dat ik snel weer een baan vond. Dus solliciteerde ik.

Dat betekende: zoeken zoeken zoeken naar passende functies, bellen, brieven schrijven, juichen bij een uitnodiging, vragen en antwoorden voorbereiden, bus/trein-verbinding uitzoeken, opvang regelen, opgewekt en scherp een gesprek voeren, wachten aan de telefoon, jubelen bij het doorgaan naar de tweede ronde of balen bij een afwijzing, aanvullende workshops en/of presentaties doen en assessments en persoonlijke analyses doorstaan. Vervolgens weer wachten bij de telefoon. En twijfel: is dit nu echt wat ik wil?

Nee toch, ik wilde schrijven toch.
Ja.
Dus dat deed ik. Heel veel. Tussen het solliciteren door.
En ondertussen deed ik ook nog een heleboel dingen waar ik normaal niet aan toe kwam: Ik zette de badkamer, een bed, een stoel en een bureau strak in de verf. Ik leefde gezonder dan ooit: elke ochtend 5 zonnegroeten, water met citroen bij het ontbijt, en volgde een injectietherapie tegen allergieën. Ik kon zomaar op donderdagochtend op kraamvisite, midden op de dag naar de bieb of tennissen en de bus van het schoolreisje uitzwaaien én binnenhalen.

Mooie molen

En - wat ik zo graag wilde: ik schreef Blauwdruk af en begon aan #boek3.

Een mal en mooi jaar.
& toch werd ik af en toe overvallen door, tsja, hoe zal ik het zeggen, iets van .... eenzaamheid? Of rusteloosheid? Ik weet het niet. Er knaagde iets - en niet alleen vanwege die sollicitatieverplichting, die malle molen.

Ineens hoorde ik het mezelf zeggen: 'Ik wil bij een clubje horen.'
(ja, ik vond het zelf ook een beetje gek klinken, maar ik meende het echt)

En zo geschiedde. Er was een clubje waar ik bij wilde en gelukkig, dat clubje wilde ook mij. Contract getekend - UWV uitgezwaaid, tennis naar het weekend verschoven, nog een laatste klodder verf op de muren, schrijfuren blokken in de avonduren - en gaan.

Het is alsof ik nu, de laatste dag vóór mijn eerste werkdag, in de rij voor de zweefmolen sta - met al een beetje licht gevoel in mijn buik en een giechel in mijn keel. Morgen stap ik in. Dan hoop ik niet alleen bij een leuk clubje te horen, maar ook inspiratie op te doen, zo in dit nieuwe levensgebeuren. Voor dit blog, voor #boek3, #boek4, #boekx. Want ik blijf schrijven, gewoon in de avonduren zoals eerder. Van zweefmolens krijg ik namelijk ontzettend veel energie.

Malle molen

Ik heb er zin in.
Nieuw boek! Daar is 'tie dan, ein-de-lijk. Over bevallingen gesproken ... (daar zou je zo een heel blog over kunnen schrijven - oh wacht dat deed ik al, hier en hier). Maar nu zijn alle weeën, stressssssituaties en blinde paniekaanvallen ver weg en ligt er een echt boek.*


Fragmentje:

Een leeg bed, een openstaande kledingkast, stilte in huis. Ik ren de trap af, haar jas is weg, ik duik onder de kapstok, geen roze rugzak. Ik roep haar naam, maar krijg geen antwoord. In de woonkamer niet, in de keuken niet. Ik ren weer naar boven, open de badkamerdeur, trek de vlizotrap naar beneden en gil in het gapende gat van de opbergzolder. Niets. Geen Katja.

Een dag voor haar veertiende verjaardag loopt de dochter van Ellen van huis weg. ‘Ik ben naar mijn vader toe,’ sms’t ze. Maar Ellen heeft Katja nooit verteld wie haar vader is. Als haar dochter erachter komt wie hij is, en werkelijk naar hem toe gaat, zal ze groot gevaar lopen. Ellen wil alles doen om Katja te beschermen, maar elk spoor naar haar dochter loopt dood.

Waar is Katja? En hoe vertelt Ellen haar dochter ooit de waarheid over haar afkomst?

*(nog tien dagen en dan is Blauwdruk er voor iedereen - ook als e-book!)
Amy (9) schreef afgelopen week - kinderboekenweek - dit verhaal:

Er waren eens een broertje en een zusje. Ze hadden veel lol met elkaar. Op een dag was het Halloween en toen gingen ze verkleed. Het zusje als heks en het broertje als spook. En die avond gingen ze op pad.

Ze belden bij de buurvrouw aan. Die deed open.
'Aaaaah!' Ze schrok zich een hoedje. Maar toen moest ze lachen. Ze gaf het lieve broertje en zusje een zakje met snoepjes.
Het broertje en zusje zeiden, 'dankjewel,' en zo gingen ze de hele straat door. Elke keer schrok er wel iemand en elke keer zeiden ze 'dankjewel'.

Toen ze genoeg snoep hadden gingen ze naar huis. Ze renden heel hard en toen ... boem! Het zusje struikelde over een steen. En toen nog een keer ... boem! Het broertje struikelde over het zusje.
'Wééééééé!' Huilend kwamen ze thuis.
'Onee,' zei mama, 'willen jullie een pleister?'
'Ja.' zeiden het broertje en het zusje in koor.

Toen ze hun pleisters hadden opgeplakt, gingen ze eten.
En als toetje een snoepje.

Pompoen Halloween

'Mama, wil je me leren schaken?'
'Ja hoor.' (glunder)

Daar gaan we.

Les 1: 
'Dit is de opstelling.'
'Net als bij voetbal.'
'Elk stuk kan iets anders.'
'Net als bij voetbal.'
schaken
'Schaken is een denksport.'
'Dat is niet bij voetbal.'


Les 2 
'Je wint als je de koning van de ander pakt.'
'Cool.'
'Dat heet schaakmat. Kijk zo. Speel je gelijk dan heet het remise.'
'Net als bij Thomas de trein.'
schaken


Les 3 
'Wit begint, zwart wint.'
'Hoe weet je dat nou?'
'Zo zeggen ze dat.'
'Dan ben ik zwart.'
schaken


Les 4
'Niet klieren. Serieus kijken. Dat hoort ook bij schaken.'
 schaken
'Nee! Niet zomaar de stukken pakken! Hier jij.'
'Niet omgooien!'
schaken
'Nee! Nee! Nee!'
...
...
...
'Ik ben het paard.'
'Ik een toren.'
'Ik de koning.'
...
Het was wat dub-en-denkwerk maar de beslissing is gemaakt: #boek2 komt er.

Het manuscript Blauwdruk ligt al een jaar op de plank.
Nu moet het van die plank af en een echt boek worden. Zo een waar je in kunt bladeren.

Dat is best een ding zo'n boek maken. BraveNewBooks helpt me een stukje op weg, maar verder moet ik het zelf doen. Een ware carrière-move, want naast auteur ben ik nu ook redacteur, vormgever en uitgever.

Waar ik mee bezig ben?

- Lettertype, lettergrootte en interlinie bepalen. Een meetlat en talloze voorbeeldboeken liggen hier op de vloer. Het betekent instellen, van WORD naar PDF omzetten, printen en vergelijken.

Opmaak boek

- Tekstuele oneffenheden glad strijken. Ook al is het manuscript al door tien mensen gelezen en gecheckt, dan nog staat er 'schikken' ipv 'schrikken'. Vreselijk frustrerend. Ik moet nog een keer een redactiecheck (laten) doen.

- Afbreekstreepjes. De tekst op een pagina wordt 'uitgevuld'. Als er daardoor te veel witruimte in een regel ontstaat moet er bij het eerste woord op de volgende regel een afbreekstreepje komen. Dat lijkt heel eenvoudig. En dat zou het ook zijn, als WORD en PDF daar onderling wat afspraken over hadden gemaakt zodat het niet keer op keer verspringt. GRMBL.
auteursfoto
- De omslag. Beeld en uitstraling heb ik. Het wordt een supergave voorkant. Maar dan die achterkant, een hoofd-breken: de achterflaptekst, en nog veel erger: DE auteursfoto.

Het is wat hoor, dat zelf uitgeven. Vooral heel tof om te doen. Om eigen baas te zijn. Om alles zelf te mogen bepalen. Om heel veel te leren. Om straks heel blij te zijn als het eerste proefexemplaar door de postbode wordt bezorgd. Misschien volgende week al.

En dan ga ik mijn carrière verder uitbreiden met de functie van marketeer en verkoper. De volgende belangrijke move. En daarna - ooit, echt ooit - een keertje op tijd naar bed en uitslapen.
'Ik vind je heel erg lief.'
Hij kruipt bovenop me. De hele nacht heeft hij me al uit mijn slaap gehouden.

Het was middernacht toen hij in mijn bed kroop. Een uur later had ik geen dekens meer. Om twee uur wilde hij iets drinken. Om kwart voor drie had hij vre-se-lij-ke honger. Om half vier pikte hij mijn kussen in. Om vijf uur duwde hij zijn mond tegen mijn wang en ademde een bedwelmende damp uit.

En nu is het kwart over zes en ligt hij bovenop me.
Zijn ademhaling piept en knarst, als een oude man.
'Echt lief hoor,' zegt hij.
En dan spuugt hij de halve boterham die ik hem vannacht gegeven heb uit. Over mij heen. Met nog wat slijm en spuug en andere ondefinieerbare ellende.

We gaan samen douchen. Lekker warm. Lekker lang.
De stoom vult de badkamer.

Dan gaat het brandalarm op de gang af. Mijn fout - dom dom dom - de deur van de badkamer stond open en de stoom activeerde het brandalarm.

Ik spring onder de douche vandaan en ren de gang in. Op mijn tenen friemel ik aan het alarm. Hij komt me achterna en gaat aan mijn benen hangen. Ik til hem op. Hij plast over me heen.

Het alarm is uit. We gaan weer onder de douche staan.
Heel lang en met de deur dicht. Dan begint de dag:

Een dag van spuugbakjes, paracetamol, huisartsenpost, antibiotica, volle wasmachines, dweilen, schone lakens en weer schone lakens en nog eens schone lakens.
Een dag die ruikt naar kots.
Een dag om snel te vergeten.

Maar niet door mij. Ik ga deze dag nooit vergeten. Ik ga dit koesteren. Nou ja, niet die geur, en het gehannes en gedoe, maar wel dat we samen zijn. Gewoonweg samen.
'Ik jou ook, kleine zoon. Heel veel.'

echte liefde

Er was eens een schrijver. Die schrijver had een manuscript ingeleverd bij de uitgever. Het was een spannend verhaal over een moeder, een dochter en een vermeende vader. Blauwdruk heette het manuscript.

Blauwdruk kwam op de plank te liggen. 'Ik ga het snel lezen, hoor,' verzekerde de uitgever de schrijver. De schrijver wachtte en wachtte en vroeg nog eens naar een reactie. Die kwam er niet. Alleen een zacht gemompel over 'crisis' en 'andere prioriteiten'.

De schrijver moest even slikken. Het was alsof een verkering werd uitgemaakt.

Gelukkig lazen anderen Blauwdruk wel. Zo was er de schrijfdocent die concludeerde: 'het is tot volle wasdom gekomen', de beroemde auteur die zei: 'intrigerend plot', de ervaren redacteur die mailde: 'wat een fijne schrijfstijl', de tegenlezer die verzuchtte: 'niet weg te leggen, zo spannend', en de boekhandelaar die stellig wees: 'het boek hoort hier op de thrillertafel'.

Tsja. De schrijver sliep er nog eens een nachtje over, en ook nog een weekend, en eigenlijk maar meteen de hele zomervakantie en hakte toen de knoop door. Dat boek moest er komen.

En het komt er. Blauwdruk wordt volgende maand uitgegeven via het self-publishing platform van Bol.com en Singel uitgevers.

& dit sprookje wordt vervolgd ...

Oh! Bloemenkoningin Dahlia Distel is vermoord.

Wie? Waarom? Hoe?

Gisteravond was de laatste try out voor HET moorddiner*, geschreven door Sylvia Groener en Maria Rijk van uniekspel.nl.

*een rollenspel voor een gezelschap van 8-12 personen. Doel is om de dader van de moord op de bloemenkoningin te ontmaskeren.

Enne, vonden de proefpersonen het een beetje leuk om te doen?







 Wij ook!


Ook een moorddiner? Kijk eens op uniekspel.nl.

Altijd al willen weten waarom Pêche Melba Pêche Melba heet en Melba toast Melba toast?

Dacht ik al.

Ik ook. En ik heb het voor je uitgezocht. Komt ie:

Helen Porter Mitchel wordt in 1861 geboren in Melbourne. Ze is de oudste van zeven kinderen uit een succesvol aannemersgezin, en als ze zes is krijgt ze haar eerste zang-en pianoles. Helen blijkt talent te hebben. Als Helens moeder in 1881 sterft verhuist het gezin naar Queensland. Helen is populair in de 'society' vanwege haar pianospel en zang. Ze trouwt, krijgt een zoon, wordt door haar man verschillende keren in elkaar geslagen en vraagt na een jaar de scheiding aan. Helen keert terug naar Melbourne en debuteert als professioneel operazangeres.

Op zoek naar wereldfaam vertrekt ze naar Londen en zingt in 1886 voor het eerst in Princes' Hall. Het is geen succes. Teleurgesteld gaat Helen naar Parijs om les te krijgen van de beste zanglerares van de wereld, Mathilde Marchesi die, als ze Helen hoort zingen uitroept: 'Ik heb een ster gevonden. Eindelijk!'

Marchesi adviseert Helen een artiestennaam aan te meten. Het wordt Melba, een verbastering van haar geboorteplaats Melbourne. 

De zangdocente krijgt gelijk. Nellie Melba wordt een grote ster; eerst in Frankrijk en dan in de rest van Europa, in Amerika en natuurlijk in Australië. 

In 1893 zingt ze in Wagner's opera Lohengrin in Londen's Covent Garden. Het is een triomf. De Duke of Orleans viert de concerten met een diner in het Savoy Hotel, waar de Franse chef-kok Auguste Escoffier een nieuw dessert verzint voor de populaire zangeres: Pêche Melba.

De Pêche Melba voor Nellie wordt geserveerd in een zilveren schaal. Een ijssculptuur van een zwaan staat, gevuld met perziken, op een bed van vanille roomijs. Het geheel is gedecoreerd met dunne slierten karamel.

Wauw.

In 1897 is Nellie weer in het Savoy. Escoffier serveert haar Toast Marie -vernoemd naar de vrouw van zijn baas- en hernoemt deze per direct naar de zangeres. (Hij schijnt verliefd geweest te zijn....) Vanaf nu heet de dunne knapperige toast Melba Toast. 

Er schijnen nog twee gerechten door Auguste Escoffier naar Nellie vernoemd te zijn. Melba Sauce: een zoete puree van frambozen en rode bessen. En Melba Garniture: gevulde tomaten met kip, truffels en champignons.

Die Nellie. Vier gerechten kregen haar naam. Hoe geliefd!

In 1928 geeft Nellie haar laatste concert in Australië. Ze sterft 3 jaar later. Maar Helen Porter Mitchel leeft verder op het Australische 100-dollar biljet, in de uitdrukking 'more comebacks than Nellie Melba' en op bijna elke menukaart.

Meer over Nellie? In dit filmpje kun je haar horen en zien:

Sinds drie dagen hoor ik bij de Facebookgroep Diepzeeduiken 2015 Chickies. Een clubje dames die ooit - echt heel erg ooit - hun PADI duikdiploma haalden.

Eerste vraagstuk dat door deze 40+ Chickies getackeld moet worden: waar gaan we duiken?

Middellandse Zee, Caribean, Azië?
Criteria: een blauwe zee, talloze kleurrijke vissen, mega-schildpadden, een scheeps-of vliegtuigwrak. Alles is mogelijk. De onderwaterwereld ligt aan onze flippers.

Ik heb nog geen idee ingebracht. Ik ben bang dat als ik dat doe uit de Facebookgroep geknald wordt.

Ik las namelijk iets over een betoverende gezonken stad. Niet - de onbewezen - Atlantis, niet - de wel bewezen - Pavlopetri, niet bij Cuba, Italië, Griekenland, Turkije of ander exotisch oord, maar gewoon in Zeeland. Reimerswaal heet die stad, en ze ligt al eeuwen op de bodem van de Oosterschelde.
(Op de site van Paul de Schipper kun je lezen hoe dat zo kwam.)

Zeeland heeft de meeste verdronken nederzettingen van Europa. Minstens 117 kerkdorpen en tientallen buurtschappen en kapeldorpen zijn door het water opgeslokt. Meer weten? Wikipedia heeft er een mooi lijstje van gemaakt.

Volgens een sage heeft een meermin de ondergang van Reimerswaal voorspeld. De klokken van Reimerswaal zouden door vissers nog steeds te horen zijn in de diepte. En als je naar beneden kijkt kun je de schitterende gouden daken van de stad zien.

Je kunt duiken in de Oosterschelde. Ik heb gehoord dat je op de bodem een oester kunt pakken, opensnijden en dan - slurp - ter plekke op kunt eten. Er schijnen 250 diersoorten daar in het water te leven. Ongetwijfeld wat minder tropisch gekleurd dan op de Caribean, maar je krijgt er wel de klingelende klokken en gouden daken van het toekomstige rijksmonument Reimerswaal bij.

Ik denk alleen niet dat ik de Chickies meekrijg naar de Oosterschelde. Mijn buddy's hebben - vermoed ik zo - liever een Mojito na het duiken dan een Zeeuwse bolus.

Hmm. Ik lust allebei wel.

Even een facebookgroep aanmaken hoor. Iets van Oesterduiken 2015 Bolussen.
En dan maar afwachten of er iemand met me wil afdalen naar Atlantis in Zeeland.

'Wat zijn je ambities als schrijver?' vroeg schrijfcoach Maaike me.

Makkelijke vraag.

'Ik wil spannende, vrolijke, ontroerende verhalen schrijven. Fascinerende levensverhalen op papier zetten, gedichtjes bloggen, gekke woorden twitteren. Ik wil toneelstukken, kinderboeken, essays, reisverhalen, thrillers, romans en korte verhalen schrijven. Een bundel brieven, een geheim dagboek, een vergeten sprookje tot leven wekken, tot een vertelling. Ik wil ordenen in een chaotisch plot, schrappen in een te dikke pul en wegdromen in een zelfverzonnen wereld. Ik wil kinderen voorlezen, Mark Rutte interviewen, een sinterklaasgedicht maken en het liedje van Alain Clark voor het Eurovisie Songfestival schrijven. Ik ga een ingezonden brief aan de Volkskrant sturen, nieuwe raadsels voor op de Venz-en Campina verpakkingen bedenken, op striptekenles, mijn moorddiner testen, op Facebook eens een leuk berichtje inclusief selfie plaatsen en met dertig kinderen in een klas het eerste hoofdstuk verzinnen van een young adult boek.'

En als ik dat gedaan heb, schrijf ik mijn bestseller.

notitieboekjes
'Hij viel van zijn standbeeld.'

Huh?
Ik bedoel:
Hij viel van zijn beeld
stand
ding
weet je wel.

Voetstuk.
Dat dus.

'Hij viel van zijn voetstuk.'

Wie viel er eigenlijk?

Die sukkel.
Ik bedoel sokkel.

Opnieuw. Het is:
'Hij viel van zijn voetstuk.' of 'Hij viel van zijn sokkel.'

Maar wie dan?
Dat standbeeld.

Kijk eens Lonely Planet: een speciale doos op zolder is toegewijd aan jou. Gaat met elke verhuizing gewoon weer mee.

Lonely Planet

Je bent voor mij meer dan een reisgids, Lonely Planet. Je bent een houvast in mijn backpackersbestaan. Mijn blauwe bijbel.

Oh. Wacht even. Zei ik 'bent'? Ik bedoel 'was'.
Want wat een desillusie had ik deze vakantie te pakken.
(en laat ik even vooropstellen, dat heeft niets te maken met dat mijn backpackersleven al tijden terug is ingeruild voor een Volvo gezinswagen inclusief dakkoffer)

Het ging deze vakantie helemaal niet goed tussen mij en mijn nieuwe Lonely Planet:

Lonely Planet

De handleiding voor mijn zwervend leven had een nieuw design te pakken; de glossy foto's hadden plaatsgemaakt voor een saai blauw/zwart binnenwerk, de index verwees maar naar een paar plaatsnamen ipv een heleboel interessante plekjes en de kaartjes van de Natural Parks waren verdwenen. Ik bleef bladeren en bladeren, tureluurs werd ik ervan. Hoe moest ik bij Natural Park Huppelepup komen? Waarom werd dat leuke idyllische strandplaatsje niet genoemd? En haar grotere zus tien kilometer verderop ook al niet? En dat boottochtje? En dat je waterschoentjes nodig hebt?

100% reviewed stond er op de cover. Dat bleek iets te grondig voor mij.

Mijn bijbel was een doolhof geworden. De teleurstelling. Alsof je grote liefde je na een jarenlange verkering ineens vertelt dat je uit elkaar bent gegroeid, terwijl je zelf daar nooit iets van gemerkt hebt. Boos propte ik de Lonely Planet helemaal onderin mijn nieuwe koffer op wieltjes (want mijn ouwe trouwe rugzak bleek beschimmeld en eigenlijk ook heel onhandig voor een megapak luiers).

En toen las ik Maaike's column, over een vakantie 'waarin je je kinderen wilt laten beleven hoe leuk je vroeger zelf op vakantie ging', met een Lonely Planet en een rugzak.

Ze schreef: Alles is tenslotte vergankelijk. En daarbij besefte ik: en ik ben geen backpacker meer.

En zo viel ik van mijn geloof, vouwde de doos met Lonely Planets dicht en schoof hem in het hoekje van de zolder. Voor ooit nog eens. Misschien.
Ssst. Niet doorvertellen. Geheimpje.
Mijn opa - een keurige Rooms Katholieke schooldirecteur - heeft de wet overtreden, doelbewust nog wel.

Zijn derde kind, een meisje, wordt geboren op 14 augustus 1936. Mijn grootvader is compleet van slag. Wat een ongelukkig moment.

Ik zal zijn probleem uitleggen.

Stel je 1936 voor in een Rooms Katholieke gemeenschap in Groningen. Mijn opa leidt de basisschool in het dorp. Hij is daardoor een bekend gezicht *in the spotlights*, iemand die het goede voorbeeld geeft en zijn kinderen in een streng gelid houdt.

15 augustus is Maria Tenhemelopneming, een Katholieke feestdag. De dag ervoor moet er gevast worden. Op 14 augustus dus.

Mijn opa is ten einde raad: hoe moet zijn dochter nou ooit haar verjaardag vieren als er niet eens iets lekkers gegeten mag worden?

Hij wacht een nachtje. Hij kijkt nog eens in de wieg en zucht. Zet zijn hoed op, trekt zijn beste jas aan en gaat naar het gemeentehuis. Het is 15 augustus 1936 als hij de ambtenaar vertelt dat hij aangifte van een geboorte wil doen.

'Naam?' vraagt de ambtenaar, ' en naam van de ouders?'
Mijn grootvader antwoordt.
'Geboortedatum?'
'15 augustus.'
'Vanochtend?'
Mijn opa knikt. 'Heel vroeg vanochtend.'

En zo geschiedde. Mijn opa loog - na een afweging tussen zijn keurig voorbeeldschap en de liefde voor zijn kind - over de geboortedag van zijn dochter en onze familie kreeg een geheim.

Ssst. Echt niet doorvertellen hè.

Elk jaar op 15 augustus vier ik de verjaardag van mijn moeder. En altijd op 14 augustus denk ik even aan mijn opa - die ik nooit heb gekend - maar wat een held.
(en wist hij veel dat we jaren later nooit meer iets deden aan die feestdag Maria Tenhemelopening ...)


Maria Tenhemelopening

Ik moet nog stof zuigen
soep maken was vouwen mail lezen brood kopen en luieren luieren luieren op 't gras. Ik begin onderaan.


Op het gras
'Schaamteloze zelfpromotie is noodzakelijk voor een schrijver,' sprak Ronald Giphart de lokale schrijvers in de plaatselijke bieb toe.

Natuurlijk, dacht ik.
(ik was een van de lokale schrijvers)
En daarna - met 't schaamrood op de konen - : dat durf ik helemaal niet.

Maria Rijk thriller Dieptepunt

Schaamteloze zelfpromotie is bijvoorbeeld een boekwinkel in lopen en vragen: 'hebben jullie mijn boek al?' (en het boek dan met een nonchalant gebaar op de balie leggen en daar hartstochtelijk over vertellen, net zo lang totdat de boekhandelaar zegt: 'ik leg wel een stapeltje op de toonbank neer')

Die ene keer dat ik dat probeerde was de verkoopster buitengewoon kortaf en vertrok ik met mijn staart tussen de benen weer naar buiten. Nooit meer.

Schaamteloze zelfpromotie is een overtuigende boekpresentatie houden en zonder trillende stem een stukje voorlezen voor publiek (publiek! oh de gruwel!).

Die twee keer dat ik dat durfde (of er eigenlijk niet onderuit kon) werkte ik eerst een dubbele espresso en twee glazen wijn naar binnen. Of ik verstaanbaar was? Geen idee. Ik lazerde nergens van af in ieder geval.

Schaamteloze zelfpromotie is bewust de media opzoeken: de juiste personen bij kranten, tijdschriften en DWDD stalken met sterke argumenten waarom nou net mijn boek gerecenseerd moet worden.

Alsof mijn boek beter is dan het boek van iemand anders.

Nee (klein piepstemmetje van binnen), nou niet bescheiden zijn. Natuurlijk is mijn boek het beste. (piepstem klinkt luider) Natuurlijk ben ik een begenadigd schrijver. (nog harder) Kom maar op schaamteloze zelfpromotie, we starten nu. (slaat met vuist op de tafel)

Maria Rijk thriller Dieptepunt
En dus:
- ga ik de mevrouw van de boekhandel niet meer boos aankijken maar vriendelijk groeten en zorgen dat ik een gezellige band met haar opbouw. De volgende keer komt ze er niet onderuit.
- leer ik mijn elevator pitch voor #boek2 en #boek3 uit mijn hoofd. Om deze zelfverzekerd (en zonder alcohol of cafeïne) uit te dragen aan wie het maar wil horen. En luisteren zul je.
- ga ik iedereen die ik ken bij kranten, tijdschriften en andere media (toegegeven, dat is er precies 1) benaderen om te vertellen over mijn schrijfplannen. En waag het niet om het niet te plaatsen.

Mijn eerste stap in schaamteloze zelfpromotie heb ik inmiddels achter de rug. Ik heb Ronald Giphart aangesproken en #boek1-'Dieptepunt' in zijn handen geduwd. Bravo.

(Nou ja eigenlijk deed mijn driejarige dat. Die kan het namelijk niets schelen wat mensen van hem denken.)
Precies een jaar geleden begon ik dit blog. Mijn werk was gestopt - een reorganisatie - en mijn verjaardag kwam er aan. Die van 40 jaar, die van terugblikken en vooruitkijken, van midlifecrisis, van vragen als hoe en wat en wanneer, en van rimpels en grijze haren die niet meer weg te poetsen zijn.

Ik wilde meer kunnen schrijven - gewoon waar ik zin in had - om beter te worden in het overdragen van wat ik nou eigenlijk bedoel. Dit blog werd mijn proeftuin voor schrijfstukjes: korte verhalen, gedichten en gedachten.

Er kwamen reacties. Leuke reacties. Er kwamen verzoeken voor gastblogs. Een aanmoedigingsprijs. En het aantal lezers steeg en steeg. Gaaf.

Een jaar gaat snel voorbij. Een jaar waarin ik schrijver ben geworden. Schrijver. Zo durfde ik me niet eerder te noemen. Eerder prutser of gelukkeling of mazzelaar.
Het komt door dit blog: type 'n stukje, klik op Publiceren en iedereen kan het lezen.

1 jaar een blog. My lessons learned:
1. Check je eigen blog en verbeter eindeloos.
2. Vind schrijf/blogbuddy's en wissel uit.
3. Lees andere blogs en kijk af.

Ik leer en schrijf en leer en schrijf en zie: ik ben al bijna 41 en een stuk wijzer.
Bloggroentje af zeg maar.

verjaardag blog

Ooit zong ik in een bandje.
Ja, inderdaad.
Het was geen succes.

De reden dat ik in het bandje Pop-a-cast mocht zingen was pure schaarste. De bandleden - allemaal mannen - hadden een meisje nodig om voor op het podium te staan. Dat zou publiek trekken, zo wisten ze zeker. In het Delftse studentenleven, en helemaal in bepaalde scenes - zeg maar de nerd-scenes, waren weinig meisjes. Ik was er wel. 'Wil je zingen?' vroegen ze. Ik zei: 'Ja.'
(Natuurlijk wilde ik zingen, elk meisje dat opgegroeid is met Kinderen voor Kinderen en De Dolly Dots wil zingen)

Ze hadden moeten vragen: 'Kun je zingen?'

We gingen oefenen. De covers die Pop-a-cast wilde spelen waren van een andere orde dan Dolly Parton en Johnny Logan, die ik thuis draaide. Heavy gitaarmuziek en snoeiharde drumsolo's klonken achter me, en voor me stond een microfoon: een zwart harig ding, waar ik mijn lippen tegenaan moest duwen terwijl ik mijn longen uit mijn lijf zong (... euh, schreeuwde).

'Excuse me, while I kiss the sky.'

Oei.
Valser dan dat kon bijna niet.
Het deed echt pijn. Zelfs bij mij.

Toen het eerste optreden aanstaande was maakten de bandleden me voorzichtig duidelijk dat ze toch liever hun optreden zonder zang wilden doen. Dan maar geen meisje, dan maar gewoon goede muziek.

Ik vond het prima (pfff...) en keek vanuit het publiek naar ze, vol trots, want ik hoorde toch een beetje bij de band.

Pop-a-cast is nu twintig jaar geleden, maar vanochtend werd ik ineens wakker met de muziek van toen in mijn hoofd.

Ik schreeuw nu al de hele dag - ramen dicht - 'Purple Haze!' en ik gun jullie graag de echte zanger. Want wat is dat een lekker nummer.

De website synoniemen.net is een superhulp. Voor als ik bijvoorbeeld te vaak hetzelfde woord in een alinea gebruik of een nog beter bijvoeglijk naamwoord zoek. Ook op mijnwoordenboek.nl kijk ik regelmatig ter inspiratie.
Er zijn zoveel mooie woorden te vinden:

Een fijnproever is een lucullus of eventueel een voedie.

Een kind is een broedsel of een loot.

Een deugniet een kataas of een lorejas.

Een naald is een malie.

Een volk een crapuul.

De beste bron voor mooie woorden is wel de Nederlandse Encyclopedie, en dan vooral de recent gezochte betekenissen. Zo interessant waar anderen mensen op zoeken.

Zo leerde ik vandaag wat heparine is, en mayahana, en allodiaal. Niet dat ik die woorden durf te gebruiken hoor, want over precies een half uur ben ik de betekenis al weer vergeten, maar mooi zijn ze wel.

Luimig, plezant, amusant en jofel is het, al die prachtige woorden zomaar op je beeldscherm (of beter: leesvenster). Voordat ik het weet zit ik vol inspiratie te schrijven, dit blogje bijvoorbeeld, mijn internetdagboek.

betekenis blog


NB. Check ook de hashtag #woordliefde op twitter. Een vat vol mooie woorden!
Mijn betovergrootmoeder Adriana Rijk wordt op 2 september 1832 geboren in Ovezande, een dorpje in Zuid-Beveland. Ze helpt haar vader - een landbouwer - mee op de boerderij, totdat haar jongere broers en zussen oud en sterk genoeg zijn om haar taken over te nemen, en wordt dan dienstbode.
Ze is 26 als ze in Goes aan de slag gaat bij een manufacturier. Een jaar later keert ze terug naar Ovezande, zwanger van haar baas. Op 9 januari 1860 wordt mijn overgrootvader geboren: Jan Rijk, een bastaardkind. Op zijn geboorteakte staat bij vader N.N.

Wie was hij, de man die Adriana bezwangerde?

Ik wil het weten. Het is uit nieuwsgierigheid - wat was dan mijn achternaam geweest? - maar ook een vorm van gerechtigheid - welke lummel bezwangerde die arme boerendochter en stuurde haar met haar dikke buik naar het Katholieke Ovezande terug?

Nelleke Noordervliet omschrijft de status van een dienstbode in 'Altijd roomboter' als volgt:
130.000 meisjes van eenvoudige komaf verleenden hun diensten aan zo’n 7% van de huishoudens. Het was een vorm van slavernij. Een dienstmeid had veel plichten, maar nauwelijks rechten. Haar juridische status was huisgenoot en als zodanig was de meid ondergeschikt aan het gezinshoofd. Van een geschreven arbeidscontract was geen sprake. 
Dienstboden waren in hun armoe vaak maar een stap verwijderd van het bredere pad der prostitutie. Ze werden zwanger gemaakt door de heren of zonen deze huizes, maar het was bij wet verboden onderzoek te doen of laten doen naar het vaderschap met als doel de vader tot onderhoud te verplichten. Rond de vaderschapskwestie werd een juridisch steekspel opgevoerd, bedoeld om de verwekker uit de wind te houden, bedoeld om de man te vrijwaren van zijn schuld aan de prostitutie. Niet zijn geilheid was het, maar haar veilheid. 

Ik wil het weten.

Dienstbode - Isaac Israëls

De naam Knitel kom ik tegen in oude familiepaperassen, maar er staat verder niets bij. Mijn overleden tante schreef ooit de naam Stieger op, met daarachter de zin 'Is dit de vader van opa.' (maar zonder vraagteken, dus wist ze het of dacht ze het alleen maar...). 

Ik ben de archieven ingedoken: Zeeuwengezocht.nl, Zeeuwsarchief.nl, de krantenbank van ZeelandZoekakten.nl en Wiewaswie, en ontdekte een heleboel:
- Zowel meneer Knitel als meneer Stieger waren manufacturier in Goes toen Adriana zwanger raakte. Tot zover klopt het.
- Meneer Knitel was weduwnaar en 55 jaar.
- Hij had drie zonen, tussen de 19 en 24 jaar oud.
- Die zonen werden alledrie op 19 jarige leeftijd ingeloot voor 5 jaar dienstplicht.
- Meneer Stieger was 23 jaar en trouwde 4 jaar later in Delft.

Verder niets. Dus nu zit ik al de hele tijd te gissen. Was het weduwnaar Knitel, die dolgraag de plaatselijke politiek in wou en in allerlei raden en besturen zat, dus dat bastaardkind echt niet kon gebruiken? Was het een van zijn zonen, die vijf jaar lang de Nationale Militie moest gaan dienen of juist daar net klaar mee was? Of was het toch Stieger? De naam die mijn tante opschreef.

Ik wil het weten.
Mijn eigen whodunnit in de familie.
Ik moet het weten.

Het gemeentearchief in Goes kan me hopelijk helpen. Ik ga er binnenkort naar toe, lekker bladeren in stoffige bevolkingregisters. Ondertussen oefen ik alvast mijn echte naam: Maria Stieger, of Maria Knitel. 
(Hè nee, dat klinkt helemaal niet. Ik blijf gewoon Rijk hoor, waar ik ook op stuit.)
Vanaf de buitenkant is mijn huis gewoon wit. Niets bijzonders. Niet anders dan normaal. Maar binnen spreidt een oranje vlek door het huis, steeds groter en groter, totdat alles - alles - bedolven is door Nederlandse trots en hoop.

Oranje overal
Op de vensterbank

Oranje overal
Wassen wassen wassen

Oranje overal
Stilleven (bovenop de kapstok)

Oranje overal
Knutsel-eet-klets-en-tekentafel

Oranje overal
Elke avond voetballen in de tuin

Oranje overal
We hebben normaal nooooit sinaasappels

Oranje overal
Loombandjes in de badkamer

Oranje overal
Op de bank, op de vloer, op de WC.  Overal!

Oranje overal
Een knutseldingetje - vermoed ik - op de slaapkamervloer

Wat een mooie kleur eigenlijk. Om blij van te worden. Van mij mag de oranje-rommelzooi nog drie weken blijven, of langer, als het helpt.