'Ach toe, schrijf eens een spannend verhaal over ons, iets als 'Dood in de dugout', ja, ja, jaah!' Dertien dames in grasgroene poloshirts kijken me hoopvol aan en praten: 'Genoeg intriges op een hockeyclub, ik kan er zo een paar verzinnen, wist je bijvoorbeeld al van die scheids, die, die..... en trouwens, zo'n stick hè, daar kan je gemakkelijk iemand de hersens mee in slaan hoor, zeker weten.'

Ik prop snel nog een bitterbal in mijn mond zodat ik onmogelijk valse beloftes kan uitspreken. Misschien, misschien, is het inderdaad iets, zo'n hockeyteam dat zelfs op het laatste niveau nog geen wedstrijd heeft gewonnen - wat vele verborgen frustraties bloot legt -, maar dan wordt het wel #boek4.

#Boek3 moet eerst dringend geschreven worden. Ik heb namelijk nog een appeltje te schillen met de setting 'kantoor/projecten/collega's/heisessies' en dat moet uit mijn pen. De afgelopen vijftien jaar heb ik ervaring opgedaan met geinige kantoorhumor, met intens verdrietige reorganisaties, met miscommunicatie en fraude, met ontruimingen vanwege brand en bommeldingen, met duistere en doelloze heisessies en met veel, heel veel lijken die uit kasten vallen gedurende een project.

Sinds anderhalve maand ben ik kantoorloos. Het ideale moment is aangebroken om mijn trauma's te verwerken door ze in een geniaal spannend verhaal te stoppen. De personages, de structuur en het plot krijgen langzaam maar zeker vorm, en ik kom ondertussen mijn vijftien jaar research te boven.
Een win-win situatie, zouden we zeggen op kantoor.



In de brugklas stuurde mijn leraar Nederlands mij de klas uit toen ik aangaf nog nooit van het kofschip gehoord te hebben. Vol onrechtvaardigheidsgevoel, maar ook intense nieuwsgierigheid naar dat gekke codewoord telde ik de minuten op de gang. Pas op de fiets naar huis legde een vriendinnetje uit wat het kofschip nou eigenlijk betekende.

De achterstand die ik had (mijn basisschool bleek wat hoofdstukken Spelling overgeslagen te hebben ...) haalde ik op de middelbare school niet meer in. De ontdekking van de spellingchecker maakte mijn teksten wat slimmer (want maak je spelfouten, dan ben je blijkbaar dom), maar de echte verbeterslag kwam toen ik drie jaar geleden via mijn werkgever betrokken werd bij beterspellen.nl

Beterspellen.nl doe je elke werkdag 2 minuten. Vier multiplechoicevragen controleren of je de spellingsregels kunt toepassen, en maak je een fout, dan krijg je uitleg over de regel. Op een prettige manier verslavend en zeer nuttig, want langzaam maar zeker heb ik het Nederlands doorgekregen: koppeltekens, vervoegingen, samenstellingen etc. Afgelopen week werd beterspellen.nl verkozen tot Website van het jaar 2013. Geheel terecht.

En nu heb ik mijn grote stap voorwaarts gemaakt. Ik heb me opgegeven voor deelname aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Er zijn dertig plaatsen beschikbaar, en ongetwijfeld zullen ook grote taalvirtuozen zich inschrijven, dus ik maak me geen illusies. Maar als het lukt, als ik er bij ben op 18 december in de Eerste Kamer, dan stuur ik beterspellen.nl absoluut een bloemetje.


Ze heet nog steeds Ellen, mijn hoofdpersoon. In blogje Nu de naam nog was ik er van overtuigd dat Ellen een voorlopige naam was. De echte naam - krachtig en met een beetje symboliek - zou me vanzelf een keertje te binnen schieten.
Hoe anders liep het: Ellen is bij mijn hoofdpersoon gaan horen. Ik praat over Ellen, ik praat met Ellen. Dan noem ik haar bij haar naam en zie haar voor me; met haar tengere lijf, haar donkere haren en ogen en het kuiltje in haar wang. Ik weet wat haar lievelingssport is, haar lievelingseten, haar favoriete vakantiebestemming. Ik voel hoeveel ze van haar dochter houdt, hoe ze zich zorgen maakt en hoe graag ze een man in haar leven zou willen - maar dan alleen wel de ware.
Ellen zit in mij, en ik zit in Ellen.

Voor wat betreft haar naam, die is nu zo sterk met haar verbonden, dat ik me geen andere meer kan voorstellen. Maar om zeker te zijn van mijn keuze liep ik de vijf tips die schrijvenonline geeft over naamgeving nog even na.
1. Zoek uit wat een naam betekent.
2. Kies de juiste naam voor de juiste tijd (en land/plaats).
3. Gebruik alliteratie en wissel lettergrepen af.
4. Check de naam.
5. Zeg de naam hardop.
Ellen slaagde glansrijk, want vijf keer was het checkcheckdubbelcheck.

Ellen blijft, samen met de andere namen. En dat is wel zo gezelllig en prettig, want ik ben ondertussen - zo in versie 12 - behoorlijk aan ze gehecht geraakt.
Schrijven doe ik niet alleen. Het typen doe ik in mijn uppie, maar om mijn manuscript beter maken, om het levensvatbaar te maken, heb ik hulptroepen nodig.

Zo heb ik tegenlezers die altijd de waarheid spreken. In ruil voor chocola of mijn feedback op hun manuscripten gaan ze voor me aan de slag. Zij maken opmerkingen die een 'gewone' lezer ook zou hebben. Struikelblokken komen naar boven, inconsequenties in personages en enscenering worden bloot gelegd. Tegenlezers zijn een soort verpleegsters: ze zijn vriendelijk, zorgvuldig en eerlijk.

Ik heb ook een manuscriptendokter: een schrijfcoach. Zij overziet het complete verhaal en de manco's daarin. Ze legt niet alleen de vinger op de zere plek, maar geeft me ook oefeningen en suggesties om onderdelen vanuit een ander gezichtspunt te benaderen. Mijn coach kent onderhand de personages uit #boek2 net zo goed als ik en dat is ook gezellig: beetje kletsen over fictieve mensen.

Maar zeker zo belangrijk, zijn mijn medepatienten: andere schrijvers. Afgelopen vrijdag ontmoette ik Chantal en Marije, schrijvers van andere genres, met andere schrijfprocesssen, maar met vergelijkbare ervaringen, onzekerheden en verwachtingen. Niets zo prettig dan je frustraties en geluksmomenten te delen met soortgenoten.

Zonder mijn hulptroepen red ik het niet. Ze maken mijn manuscript compleet en het schrijfproces een stuk minder eenzaam.