De site Boekface verzamelt bijzondere en bizarre boekomslag-combi-mens-portretten. Grappig en inspirerend, en daar wilde ik wel onderdeel van worden.
Ik spitte de zolder door, scharrelde tussen oude verhuisdozen, schoof met stapels boeken, voor die ene omslag. Een boek dat mij zou passen. Het lukte met Mo Hayder - Tokio. Creepy selfie heet mijn zelfportret.

Creepy selfie

Boekface is ook te vinden op Facebook en Twitter: @boekface
Nou, daar ga je dan. Hup in de envelop. Naar het postkantoor. Doei!
Met losse schouders en een licht gevoel in mijn buik fiets ik terug naar huis. 
En dan wordt het avond en treedt de leegte in.

Mijn manuscript is onderweg naar een manuscriptbeoordelaar. Ergens tussen belastingenveloppen en reclamefolders in ligt mijn dierbare werk te wachten om morgen in de juiste brievenbus te belanden. Ik zit thuis en heb een hele avond niets te doen. Ik zou de moestuin kunnen rooien of een vriendin bellen, of die grasvlek uit mijn witte broek kunnen boenen maar ik loop alleen maar rusteloos rondjes.

Ik ben slecht in afscheid nemen. Ik hou niet van dag zeggen, van gezoen, van standaard beloftes als we bellen! Alleen al herinneringen aan afscheid nemen maken me ongemakkelijk en schaamtevol.

*) Op stage in Sydney. Mijn huisgenoten zouden me naar het station brengen om me uit te zwaaien naar Schiphol. Ik loog over mijn vertrektijd en verliet het huis toen iedereen nog sliep. Het was koud en donker op Delft CS, en ook wel eenzaam. In mijn tas vond ik een cassettebandje met de favoriete muziek van mijn huisgenoten. Op het doosje stond: we weten wel dat je er stiekem vandoor bent.

*) Mijn oma. Zij 90, ik 17. De sterkste vrouw van de wereld lag met magere wangen in bed. Ze zei 'het is mooi zo'. Ik zei 'waag het niet' en rende weg, het verzorgingstehuis uit, de parkeerplaats op. Mijn tante vond me tussen twee auto's en probeerde me over te halen. Maar ik durfde niet meer naar binnen. Een dag later deed mijn oma verbaasd haar ogen open toen de dokter zei dat ze was overleden. Zij kon ook niet zo goed afscheid nemen. Een week later was het wel zover.

*) De eerste schooldag van mijn oudste. Hand in hand liepen we door de gang naar haar klas. Een nieuwe broodtrommel, een luizencape, trillende handen. We huilden allebei en ik probeerde - te midden van dertig kleuters - flink te zijn. De juf zette mijn dochter op een stoel. Ze krijste en graaide naar mij en ik trok haar handen van me af. Pas op de vierde dag verliet ik met droge ogen de school.

Maar goed, even terug, we hebben het wel over een manuscript. Een ding zonder vitale organen of wilsbeschikking. Een papieren stapel A4 met zwarte inkt, opgemaakt volgens de richtlijnen van de manuscriptbeoordelaar. Drie weken is het pak papier uit logeren. Een draaglijke periode omdat ik weet dat het terugkeert (inclusief rode markeringen). En het moet. Ik heb feedback nodig. Anders kan ik niet verder. M. Hinrich zei ooit: Afscheid is de deur naar de toekomst. 

Dus oké dan. De stage in Sydney verrijkte me en mijn kind is inmiddels dolgelukkig op school. Alleen mijn oma, dat afscheid had echt niet gehoeven.

manuscript



'Ben je aanvoerder geworden? Gadverdamme, wat ben jij een uitslover.'
en
'Knutselmoeder op school? Daar heb jij toch helemaal geen tijd voor?'
of, en vooral die:
'Ik snap niet hoe je het allemaal doet.'

Als ik ad rem was als Vinexvrouwtje zou ik antwoorden: een dag telt maar liefst 24 uur waarvan er veel vrijvallen als je stopt met televisie kijken.

Maar ik zeg iets als: 'Tsja.' of 'Hmmm.' of 'Valt wel mee.'
Ik zou helemaal niet anders kunnen. Ik heb namelijk een genetische aandoening en dat is dat ik teveel wil: dingen meemaken, doen, leven. Mijn handen zijn nooit leeg. Mijn hoofd ook niet.
In een verloren Elsevier las ik een interview. Geen idee meer hoe de druk bezette heer heette maar hij zei iets als: het is een vloek en een zegen om niet stil te kunnen zitten. En ik viel bijna van mijn pilatesbal uit pure herkenning.

Het bevalt goed hoor, alle sores, al het geren. Alleen dat lege hoofd dat lijkt me zo lekker. Voor het schrijven. Want eigenlijk moet dan alles stil zijn, alles kaal, alles leeg. Alleen ik en het papier. Niet eens om te typen, maar om te denken. Om scenes te schetsen en nieuwe invallen te ontdekken.

Volgende week word ik veertig. Dan moet er iets gebeuren, iets gedenkwaardigs, iets levensbepalends. De midlifecrisis is tenslotte niet voor niets uitgevonden.

En dus heb ik iets uit mijn takenlijst geschrapt: mijn baan (de kaalgevreten moestuin was een goede runner up). Ik wil zo zielsgraag #boek2 afschrijven dat ik wel moet kiezen. Ik hang mijn imago van uitslover en multitaskploetermoeder aan de wilgen. Misschien ga ik zelfs soms een uurtje televisie kijken. Gewoon onder werktijd.

voeten